Verhalen
Waterbed PDF Afdrukken E-mail
zondag 25 maart 2012
Klant: Goedemorgen meneer. Ik had graag een waterbed bij u gekocht.
Verkoper: Een waterbed, meneer? Waterbedden verkopen wij niet.
Klant: Maar u verkoopt toch bedden?
Verkoper: Zeker meneer, maar, wij verkopen geen waterbedden.
Klant: Ook niet voor n keertje?
Verkoper: Nee meneer, ook niet voor n keertje.
Klant: Maar, ik zou toch graag hier, bij u, een bed kopen. Een waterbed dus.
Verkoper: Meneer, nog eens, wij verkopen geen waterbedden.
Klant: Maar, ik gun het u zo van harte, dat u mij een waterbed verkoopt.
Verkoper: Een ander bed graag, meneer, een waterbed, nee.
Klant: En als ik u nu eens meer dan het gebruikelijke betaal?
Verkoper: Ook dan kan ik u niet aan een waterbed helpen, meneer.
Klant: Ik bedoel, u moet mij goed verstaan, substantieel meer dan het gebruikelijke.
Verkoper: Meneer, ik heb geen waterbedden en dan, vult u zelf maar in ..
Klant: Dan kunt u mij er ook geen verkopen.
Verkoper: Precies, meneer.
Klant: Dat begrijp ik wel maar u kunt er toch wel een beetje uw best voor doen?
Verkoper: Hoezo, meneer, mijn best voor doen?
Klant: Nou, zorgen dat u waterbedden hier krijgt en mij er een verkopen.
Verkoper: Maar meneer, waterbedden is een niche die wij niet willen.
Klant: Ja, dat kunt u nou wel niet willen maar ik ben toevallig wel een klant.
Verkoper: Zeker, u bent een klant en u wilt iets met waterbed maar wij niet.
Klant: Nou, ik vind dat nou niet bepaald klantvriendelijk van u.
Verkoper: U wilt dat wij Bedden maar geen waterbedden op de pui schilderen?
Klant: Nee, ik bedoel dat u er gewoon voor moet zorgen dat u mij een waterbed verkoopt.
Verkoper: Meneer, ik moet u vragen de zaak te verlaten.
Klant: Dat dacht ik niet, ik blijf hier totdat u mij een waterbed heeft verkocht.
Verkoper: Meneer ...
Klant: Of ik schiet u hartstikke kapot.
Verkoper: Meneer ...

Tja, en de rest is geschiedenis
 
Foto's PDF Afdrukken E-mail
donderdag 19 maart 2009
s Nachts had hij tijdens zijn slaap drie fotos gemaakt. Ze vormden een reeks.
Op de eerste stonden drie jongens die, zwevend boven een fiets, met elkaar in gevecht waren. Ze gebruikten de fiets zoals een turner het paard. Van een van hen viel het lichaam buiten het frame van de foto. Alleen zijn hoofd stond er op.
Op de tweede foto stond een jongen die hard liep, met het hoofd en bovenlichaam naar links gebogen. Hij was aan komen lopen naast een andere jongen en had deze een knallende, met een kopstoot gecombineerde schouderduw gegeven. Van deze jongen waren alleen voeten en onderbenen te zien. De rest van hem viel buiten het frame.
Wat op de derde foto stond, wist hij niet meer. Hij kon het ook niet controleren. Zijn camera zat in zijn tas en die had hij in V. laten staan. Daar kwam hij morgen pas weer. Enfin, hij zou wel zien.
Zo veel had het nou ook weer niet te betekenen.

Meerssen - donderdag 19 03 2009
Laatst geupdate op ( donderdag 19 maart 2009 )
 
College PDF Afdrukken E-mail
zondag 15 februari 2009
Vandaag geef ik weer eens een college over een wit paard. Eindelijk, zullen jullie denken. Het witte paard waar ik het vandaag over wil hebben is een dagelijks wit paard. Dat wil zeggen dat het dagelijks langs komt. Het komt dagelijks langs mijn huis maar dat is verder niet van belang. Behalve natuurlijk in die zin dat ik het daarom kan zien. Als ik thuis ben, tenminste. Maar ik ben altijd thuis als het witte paard langskomt want hoe zou ik anders weten dat het witte paard dagelijks langkomst? Juist, dat zou kunnen als ik een camerabewakingssysteem met video-opnameapparatuur en tijdindicatie in beeld zou hebben. Ik hoor het u allen denken. Maar, genoeg uitgeweid, nu weer terug naar het witte paard als zodanig. Het witte paard waar we het vandaag over hebben, komt dagelijks ongeveer rond dezelfde tijd langs. Het is dus een stipt wit paard. Althans, als het om zijn dagelijkse wandelingetje gaat. Het is wat dat betreft stipt maar kan, bijvoorbeeld, heel goed minder stipt of in het geheel niet stipt zijn als het om het schoonhouden van zijn stal gaat. Zijn stal, want het is een hengst. Het is dus een dagelijks stipt wit mannelijk paard. Vandaag zit er niemand op het paard. Ik zeg dat omdat met name onze vrouwelijke studenten zouden kunnen denken dat er een prins op het paard zit. De zogenoemde prins op het witte paard. Zogenoemd en niet zogenaamd. In het laatste geval zou er sprake zijn van een niet echte prins. Maar, oorspronkelijk bedoeld is een echte prins, dus zogenoemd. Later is dat een metafoor geworden voor de gedroomde echtgenoot voor het leven en dus zou dan mogelijk ook zogenaamd op zijn plaats kunnen zijn maar dat zou dan ook gelden voor het totaal, dus inclusief het witte paard. Zogenaamd een prins op een wit paard. Dit alles even voor onze mannelijke studenten die niet op de hoogte zijn van meisjesdromen. Inhoudelijk dan, niet waar het gaat om de formulering ervan. Maar dit terzijde. Weer even terug naar het witte paard van vandaag. Ter hoogte van het hoofd van het paard loopt de berijder van het paard. Het paard heeft dus vandaag geen berijder. Want wie naast een paard loopt, is geen berijder. Althans niet op dit moment. Wie er naast loopt is de teugelhouder, tempo- en richtinggever. Wat hij overigens ook is als hij berijder is. Maar dat is nu niet aan de orde want hij loopt ernaast. En zo is de cirkel weer rond en klopt alles weer. Doch, liep deze berijder er niet naast dan zou er mogelijk iemand anders naast lopen, bijvoorbeeld iemand die geen paard kan rijden en dus ook geen berijder kan zijn, in een ander tempo en in een andere richting maar wellicht wel met dezelfde teugel in de hand. Maar, en dan komen we waar ik eigenlijk naartoe wil, zon wit paard kan natuurlijk ook nog geheel alleen op stap zijn. Typisch iets voor witte paarden. Alleen op stap zijn. Dat zie je een zwart paard niet snel doen. Bles of geen bles. Tot zo ver voor vandaag. Met het oog op het college van volgende week adviseer ik u hier nog eens goed bij stil te staan en over na te denken.

Meerssen - zondag 15 02 2009
Laatst geupdate op ( donderdag 19 maart 2009 )
 
Prada PDF Afdrukken E-mail
vrijdag 13 februari 2009
Goedemorgen Mam.
Het was warm in de kamer. Haar moeder zat in haar stoel bij het raam.
Dag meid, antwoordde haar moeder. En direct daarop: Dag lieve meid, dag schat van me. Ben je daar weer? Hoe is het met je? En met de koningin?
Even fronste ze.
De koningin mam?
Langzaam begon ze de boodschappen vanuit de rieten mand in de koelkast in de kleine open keuken te zetten. Ze had de tijd.
Ja, hoe is het met de koningin?
Haar moeder aarzelde even.
Jij ziet die toch elke dag?
Die zie ik elke dag? Niet dat ik weet hoor.
De koelkast rook licht naar schimmel.
Maar dat vertelde je laatst. Toen we het over de Heilige Vader hadden, weet je nog? Gisteren, geloof ik. Jij zei nog, ik zie de koningin elke dag. Soms s morgens, soms s middags, soms s avonds. Meid, je hebt zo beetje de hele dag gehad. Alleen s nachts, s nachts noemde je niet. Ik dacht echt dat jij de koningin elke dag ziet.
Weer die aarzeling.
En soms wel twee of drie keer, toch?
Nee mam, ik denk dat je een beetje in de war bent.
Ze deed de deur van de koelkast dicht, hing haar jas op een van haakjes van de kapstok en zette de mand bij de voordeur. Dan zou ze hem niet vergeten mee te nemen. Straks. Ze keek naar haar moeder in de stoel.
Ik in de war, meid? Natuurlijk niet. We hebben het toch over de Heilige vader gehad?
Ja mam, vorige week, toen ik ook hier was, hebben we het over de Heilige Vader gehad.
De vragende blik in de ogen van haar moeder week niet.
Heilige Vader, kind, dat schrijf je toch met hoofdletters, h?
Ik zou het niet weten, mam, zei ze. Dit gaat de verkeerde kant op, dacht ze.
Nee, natuurlijk niet, jij hebt al genoeg aan je hoofd met de koningin. Twee, drie keer per dag, het is wat. Er zijn niet veel mensen die dat ook meemaken.
Ze liep door de kamer, schikte wat spullen die her en der duidelijk niet op hun plek lagen.
Mam, ik zie de koningin nooit. Ik begrijp niet hoe je erbij komt dat ik haar zo vaak zie.
Even gleed er iets van die oude, vertrouwde vastberadenheid op het gezicht van haar moeder.
Ja maar, toen we het over de Heilige Vader hadden, met hoofdletters dacht ik, hoor, toen heb jij toch gezegd dat je de koningin wel twee, drie keer per dag zag. Ook wel eens niet, dat heb ik wel meegekregen, maar dat kwam toch zelden voor, herinner ik me, dat je gezegd hebt. Toch?
Met dat Toch? was haar sterke moeder opeens weer heel ver uit het zicht. Die keek even naar buiten. Daarna weer naar haar. Ze was inmiddels gaan zitten in de stoel tegenover die van haar moeder.
Nee mam, we hebben het alleen over de Heilige Vader gehad. Vorige week woensdag. Toen ben ik voor het laatst hier geweest. We hebben toen naar een film gekeken. Eerst Man Bijt Hond, toen een stukje De Wereld Draait Door en toen het nieuws en daarna The Devil Wears Prada, leuke film. In het Nederlands De Duivel Draagt Prada.
Haar moeder had flink zitten lachen, toen.
Precies, kind, en toen hebben we het daarna nog over de Heilige Vader gehad, want die draagt ook Prada, zei je. Ik vraag me wel eens af, de duivel en de paus, is dat eigenlijk niet gewoon hetzelfde?
Nou mam, draagt de duivel dan soms ook zonnebrillen van Serengeti?
Ik zou het niet weten, kind. Dat is dan van voor mijn tijd.
Ze sloeg haar ene been over het andere en legde haar handen in haar schoot. Even keek ze naar buiten en daarna weer naar haar moeder. De ogen van haar moeder lichtten op.
Zou trouwens wel goed voor hem zijn. Tegen de gloed van al dat hellevuur. Bah, ik moet er niet aan denken, aan de hel.
Haar moeder huiverde zichtbaar. Ze voelde hoe haar moeder langzaam verder ontspoorde.
Mam, je moet de groeten van de koningin hebben.
Een brede lach liep over het gezicht van haar moeder.
Goh, kind, de groeten van de koningin? Speciaal voor mij? Heb je haar verteld over mijn bewondering voor haar. Voor de Majesteit? En dat het mij zo leuk lijkt als ze met de Heilige Vader trouwt. Binnenkort heeft ze tijd over. Als ze is afgetreden. Ze treedt toch af? En het is natuurlijk hartstikke leuk voor haar om getrouwd te zijn met iemand die niet hoeft af te treden.
Tevreden keek haar moeder haar aan. Dat was een uitstekend idee van haar, straalde ze uit.
Mam, je wilt toch niet dat onze koningin trouwt met iemand waarvan jij denkt dat hij ook de duivel is.
Nu fronste haar moeder. Ze leek betrapt.
Nee lieve meid, dat lijkt me inderdaad niks voor onze koningin. Erg beneden haar stand, vind je ook niet?
Ze zweeg en keek toe hoe haar moeders ogen loken en hoe ze langzaam in slaap dommelde.

meerssen - vrijdag 13 02 2009
Laatst geupdate op ( donderdag 19 maart 2009 )
 
Eendje PDF Afdrukken E-mail
donderdag 12 februari 2009
Het badeendje lag al een tijdje te dobberen tussen de schuimvlokken. Als badeendjes zichzelf al vragen stellen dan in elk geval zelden de vraag naar hun raison dtre. Wat dat betreft zijn badeendjes net mensen. Het badeendje tussen de schuimvlokken stelde zich die vraag wel. Niet dat je het aan hem kon zien. Hij hield zijn diepste gevoelens altijd verborgen achter een masker van weergaloos opgewekte blijheid. Zon blijheid die bij sommige mensen intense woede oproept. Zo ongelooflijk jaloers maakt die blijheid. Of noem het een haatzaaiende blijheid. Of beter nog, een haatoogstende blijheid. Een blijheid die op den duur het auto-immuunsysteem ten gronde richt.
Het badeendje stelde zich de vraag naar zijn raison dtre omdat hij na het rustig dobberen altijd en eeuwig in een hevige storm en vervolgens een doodse stilte verzeild raakte. Wie of wat kon het op hem gemunt hebben? Wat deed hij fout? Wat maakte zo veel agressie los? Was het zijn eigen schuld? Wat kon hij er tegen doen? Gewoon weggaan? Was hij te veel hier? En waar moest hij dan naartoe? En hoe? De vragen buitelden voortdurend over elkaar heen achter zijn ongewild berblije maskertje van polyvinylchloride. Met steeds als eindpunt de wanhopige vraag naar het waarom van dit leven.
Het badeendje voelde zich weer niet op zijn gemak. Bijkomend probleem was dat hij ook niemand had om zijn vragen mee te delen. Er was verder tussen de vlokken geen enkel medebadeendje te bekennen. Er dreven zo nu en dan nog wel een krokodil en een bootje met daarin twee matroosjes voorbij maar daar had hij nog nooit een woord uit horen komen. En zelf was hij ook niet bepaald spraakzaam. Het enige geluid was na verloop van tijd dat van het water en van de kleine plofjes van de belletjes die samen de schuimvlokken vormden. Als er geen plofjes meer waren, waren ook de schuimvlokken weg. Dan kon het badeendje het hele bad overzien.
Meestal zag hij dan in de verte een groot hoofd. De ogen ervan waren gesloten en mond en neus kwamen nog net boven het water uit. Het water bewoog met trage en lange golven mee op de beweging van iets dat zich onder water moest bevinden. Uit de neus stroomde iets dat rond het hoofd kleine rimpelingen in het water veroorzaakte. Het hoofd zelf bleef steeds op dezelfde plaats. Totdat het zich abrupt oprichtte, waarna zich met een groot gebaar een zwaar, log lichaam uit het water verhief. Dat was het moment waarop het badeendje meende dat het met hem gedaan was. Een golf overspoelde hem en vrijwel direct daarna begon het oppervlak van het water razendsnel te dalen. Altijd eindigde het kolkende draaien met het voortdurend botsen van krokodil, bootje en badeendje tegen elkaar. Was de rust weergekeerd dan werd het badeendje opgenomen door een vlezige hand en op zijn vertrouwde plekje op de badrand gelegd.
En ook al straalde het voortdurend van blijdschap, het badeendje vond het een leven van echt drie keer helemaal niks.

Meerssen - donderdag 02 02 2009
Laatst geupdate op ( donderdag 19 maart 2009 )
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 Volgende > Einde >>

Resultaten 1 - 5 van 11