Brieven
Meerssen, 12 december 2008 PDF Afdrukken E-mail
vrijdag 12 december 2008
Beste De Winter,

Las je column De Winter In Amerika – De verdienste van Bush in de Elsevier van 13 december 2008. Daarin kom je op voor George Bush in zijn rol van president van de Verenigde Staten. Ik ben er niet helemaal zeker van maar je wekt de indruk dat je hem met name hogelijk prijst omdat hij als christen vertrouwd is met het concept van het kwaad en daar de juiste consequenties aan verbindt. Je schrijft De islamisten haten ons om wie wij zijn (…..). Zij vormen de strijders van de dood, en wij zijn de hoeders van het licht – Bush heeft dit intuïtief perfect aangevoeld. Nog los van dat het gebruik van intuïtief en aangevoeld me nogal dubbelop aandoet, deze visie lijkt mij vooral erg Kuifje. Ga bijvoorbeeld even naar De koopman van Venetië van een van je collega-litteratoren en je weet ook meteen weer hoe relatief begrippen als goed en kwaad zijn.

Ik vind het prima dat je Bush een veer in zijn kont steekt. Maar je moet het niet te gek maken. Je schrijft: Bush’s grootste nachtmerrie was dat de gedachte dat Osama bin Laden een atoombom zou verkrijgen, en deze nachtmerrie heeft hem tot de inval in Irak gebracht. Ik heb ook een tijdje gedacht dat Bush daarmee op het goede spoor zat. Maar waarom laat Bush dan nu Iran ongemoeid? Of heb je informatie dat wat ObL voor ogen heeft niet in de agenda van Iran en Hezbollah past?

Dan het onderschrift bij de foto. Dat heb je ongetwijfeld niet zelf bedacht maar het is wel afgeleid van jouw tekst. Na 9/11 was er geen aanslag op Amerikaanse bodem. En Amerika bleef een open samenleving Laten we even afzien van dat er sowieso relatief weinig tot nauwelijks aanslagen waren en zijn op Amerikaanse bodem. En voor zover ze er zijn, zijn het aanslagen, gepleegd door Amerikanen die onderling iets te verhapstukken hadden of hebben. Rest de vraag: Hoezo, open samenleving? Er zijn twee landen in de wereld die je het wel heel erg moeilijk maken om er binnen te komen zonder je in je kont te laten kijken. Dat zijn – inderdaad – Israël en Amerika. Over open gesproken. En over wie er open moet zijn.

Dan nog even over dat je nooit getwijfeld hebt aan Bush’s integriteit. Je zegt over hem: (Hij is) “door het slijk gehaald door mensen die over geen fractie van de informatie beschikten die hij elke ochtend bij de morning briefing op zijn bord kreeg. Jij had die wel? Jij hebt daar bij gezeten? Kind aan huis bij George Bush?

Daar wil ik het wat betreft je column bij laten. Overigens ben ik wel blij dat je consequent spreekt over islamisme en afgeleiden van dat woord. Dat vind ik wel bijzonder.

Tenslotte, ik heb Het recht op terugkeer op mijn lijstje voor kerstmis gezet. En mijn lieve L. leest op dit moment De Jiddische politiebond. Wij proberen standvastig onze zaakjes bij te houden, onze onschuld niet te verliezen en onze ogen voor de hele wereld open te houden. Ik kan je zeggen: het valt niet mee.

Wil je de groeten doen aan je J.? Ik heb boeken van haar en haar vader begaan met het lot van hun verhaalfiguren gelezen en heb op mijn manier verdriet van de levens die daarachter schuil gaan.

Met vriendelijke groet,

Paul Jansen
Laatst geupdate op ( donderdag 29 januari 2009 )
 
Meerssen, 17 november 2008 PDF Afdrukken E-mail
maandag 17 november 2008
Beste Femke,

Gisteren heb ik in de Volkskrant de voorpublicatie uit je nieuwe boek Geluk gelezen. Ik had je vrijdag al gezien bij Pauw & Witteman waar jij hogere politiek mocht uitrollen over de consumenten van die talkshow en vervolgens de ouders van de op Bonaire vermoorde Marlies van der Kouwe een staaltje van hoger ouderschap op tafel legden. Je was diep en als versteend onder de indruk. Ik zag even de betrokken moeder die hoopt dat ze zelf nooit door zo’n dal hoeft en zich afvraagt of ze zelf – indien onverhoopt tóch - na zo’n verlies ook zo veel moed zal kunnen opbrengen. Maar dit terzijde.

Terug naar gisteren. Het was al wat later op de avond en ik was al een beetje duf maar ik vond het een goed stuk. Vanochtend ben ik er nog maar eens doorheen gevlogen. En het blijft een goed stuk, Femke. Ik denk dat je analyse met betrekking tot individualisering juist is. Los van wat aan de individualisering voorafging – hoewel dat op zichzelf wel relevant is –, er is in het huidige overheidsbeleid te veel focus op de in jouw ogen negatieve conservatieve interpretatie van het fenomeen terwijl het beter ware individualisering te zien als het gevolg van emancipatie en als voedingsbodem voor socialisering. Als ik het tenminste allemaal goed begrijp. De overheid zou in plaats van individualisering te bestrijden als oorzaak en symbool van de verbrokkeling van de samenleving individualisering moeten promoten als bindmiddel in de samenleving. Dat, Femke, lijkt me voor veel mensen een rare paradox en voor de meeste mensen zowel emotioneel als rationeel nog enkele bruggen te ver.

Maar, Femke, zonder ook maar iets aan de kwaliteit van de verhaal af te willen doen, als we een en ander nou gewoon eens zien als oude wijn in nieuwe zakken? Je citeert enkele malen uit de gedachtenwereld van Herman Wijffels. We kennen hem in enkele prominente rollen. Laat ik me beperken tot die van bestuursvoorzitter van de Rabobank en die van vader van het zittende kabinet. In beide rollen is hij erin geslaagd een koers uit te zetten waarin het oude adagium dat wie rechten heeft ook plichten heeft leidend principe is. Hij heeft gebouwd aan een bank die tegen de tijdgeest in niet naar de beurs is gegaan maar als stokoude coöperatie van haar leden is gebleven. En hij heeft een kabinet gebouwd waarin tegen de tijdgeest in behoudende en meer veranderingsgezinde krachten werden samengebracht. Wat dat laatste betreft: tegen de tijdgeest in, ook omdat in de slipstream van het werk van in het bedrijfsleven oud geworden overheidsadviseurs als bijvoorbeeld Wisse Dekker vlak voor en zeker na Pim, en onder dankzegging aan Rita en Geert, een grote groep kiezers de hen aangeleerde rol van consument ook meende te kunnen opeisen in het politieke domein. We willen het nu en wel meteen. Daar hebben we recht op.

Ik denk dat mensen meer aangesproken moeten worden op de onlosmakelijkheid van rechten en plichten. Dat geldt voor de consument en voor de burger. De consument krijgt het recht op het bezit – en eventueel onderhoud – van spul in ruil voor de plicht daarvoor geld te betalen. De burger krijgt het recht op deelname aan de samenleving door verantwoordelijkheid voor het goed functioneren daarvan te nemen. Dat laatste kan al door een goed burger te zijn en niet ten koste van de samenleving te handelen. Persoonlijk ben ik wat dat laatste betreft geneigd tot breed zien. Niet iedereen heeft immers dezelfde mogelijkheden. Daar zijn nuances op hun plaats en de overheid heeft de plicht voor iedere burger die mogelijkheden op maat – en ruim – te faciliteren. Dat is enerzijds indivualiserend maar tegelijkertijd ook emancipatoir. Het onderscheiden van rollen als consument en burger terwijl het om mensen gaat, is tot op zekere hoogte kunstmatig. De overheid dient mensen aan te spreken op juist hun mens zijn. En daar zelf naar te handelen. Dat is absoluut veel meer dan Fatsoen moet je doen of Samen leven, samen werken. Dat is een krachtige overheid die mensen weet te overtuigen van de noodzaak zich verantwoordelijk te voelen voor elkaar. Van de noodzaak zich voortdurend bewust te zijn van de waarde die een goede balans tussen rechten en plichten voor ieder van ons heeft. De balans tussen het eigen belang en het maatschappelijke belang.

Femke, ik weet niet of dit iets toevoegt aan jouw stuk. Ik moest het alleen even kwijt.

Met vriendelijke groet,

Paul Jansen
Lid Partij van de Arbeid
Laatst geupdate op ( dinsdag 23 december 2008 )
 
Meerssen, 28 oktober 2008 PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 28 oktober 2008
Beste Bos,

Ik ben er een beetje laat mee maar ik wil mijn ongenoegen over de nationalisatie van Fortis Nederland toch nog even kwijt. Te meer omdat het waarschijnlijk een muisje met een staartje zal blijken te zijn. Ik kan er namelijk nog altijd niet bij dat een – deel van een – bedrijf zonder raadpleging van de aandeelhouders in andere handen overgaat. De Vereniging van Effectenbezitters kaart een en ander bij de rechter aan.

Ik vind het overigens prima dat je je in deze barre tijden om het lot van spaarders bekommert. Wat ik echter vreemd vind, is dat je zonder pardon beleggers die voor hun pensioen beleggen van hun aandelen in Fortis Nederland berooft. Weliswaar namen zij risico door te beleggen in plaats van op safe te spelen door te sparen maar hoe zit het dan met die Nederlandse spaarders die hun geld bij Icesave deponeerden? Je was er als de kippen bij hen de hand boven het hoofd te houden. Omdat het brave, spaarzame burgers zijn? Omdat zij goed voor hun eigen toekomst zorgen? Omdat zij niet voldoende geïnformeerd waren over de risico’s? Omdat je een opstand vreesde wegens slecht toezicht op de afspraken met de banken in kwestie? Waren de beleggers bij Fortis dan wel goed geïnformeerd? Goed op de hoogte van wat er allemaal speelde? Of hadden die ook een informatieachterstand?

Ik stel het volgende voor. Je stelt in elk geval Nederlanders die in een pensioen-bv aandelen Fortis hadden schadeloos. Ik weet dat dat een lastige is want anders dan bij spaarders hebben we het niet over een bepaald bedrag. Daarom: om toch tot een redelijke overeenkomst te komen geef je iedereen die aandelen Fortis had op het moment dat jij ze kaapte de mogelijkheid zich te melden bij het Ministerie van Financiën. Met opgave van het aantal aandelen in bezit en tegen welke prijs gekocht. Vergezeld van bewijs van aankoop en van opgenomen in de portefeuille van een pensioen-bv. Vervolgens betaal je mijn lieve L. voor elk aandeel dat ze had de gemiddelde aankoopprijs van de aandelen van wie zich gemeld heeft. Sluitingsdatum van inschrijving: 1 mei 2009. De wettelijke rente mag je wat haar betreft houden. Het uiteindelijke verlies verrekent ze wel met de vennootschapsbelasting.

Als je een beter rekenmodel voor de schadeloosstelling weet dan hoort ze dat graag van je.

Met vriendelijke groet,

Paul Jansen, namens een machteloos aandeelhouder in Fortis
Actief lid Partij van de Arbeid

Het is de bedoeling deze brief binnen enkele dagen naar Wouter Bos te verzenden, mogelijk in de vorm van een e-mail
Laatst geupdate op ( dinsdag 23 december 2008 )
 
Meerssen, 19 mei 2008 PDF Afdrukken E-mail
maandag 19 mei 2008
Hallo Sabra*,

Las in de papieren de Volkskrant van zaterdag 17 mei je webcolumn Mohammedaantjes, geef niet op, oorspronkelijk geschreven voor vk.nl/opinie. De informatiestroom loopt langs soms ondoorgrondelijke wegen. Gods wegen, zullen we maar zeggen.

Je vraagt je af of we afstevenen op een ordinaire klassenmaatschappij. Laat ik het in deze open brief** kort houden. We léven al in een klassenmaatschappij en volgens mij is die van alle tijden. Wat overigens niet rechtvaardigt dat ze bestaat. Jij signaleert dat die klassenmaatschappij mohammedaantjes hindert in hun ontwikkeling. Ik vind dat niet rechtvaardig, laat dat duidelijk zijn. Je ziet, ik benader het probleem omzichtig en dus al bijna ouderwets politiek correct. Tegenwoordig ligt een wat steviger toon meer voor de hand als mohammedaantjes in beeld komen. Waarom trouwens dat woord, mohammedaantjes? Past dat meer in het tijdbeeld?

Je suggereert dat we leven in een tijdperk waarin het opleidingsniveau van ouders kan bepalen wat het opleidingsniveau van het kind zal zijn. Volgens mij hebben we die tijd in principe al achter ons gelaten. Zelf ben ik de zoon van beperkt opgeleide maar op een bepaalde manier erg ambitieuze ouders. Ze waren minder opgeleid dan bij hun intelligentie paste. Ze wilden in elk geval dat hun kinderen het beter kregen dan ze het zelf hadden en wilden daarvoor ook wel druk op hun kinderen uitoefenen. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat de ambitie van ouders doorgaans belangrijker is voor het succes van hun kinderen dan de opleiding die ze genoten hebben.

Toen ik zelf nog als leerling op de basisschool – in de vijftiger jaren van de vorige eeuw nog de Lagere School – zat, was de klas in drie rijen verdeeld. In de meest rechtse rij, vanuit de docent gezien, zaten – samen met mij – de eerzuchtige slimmerikken die bovendien uit een redelijk tot goed milieu afkomstig waren. In de middelste rij zaten de kinderen uit de goede milieus die intellectueel wat minder mee konden en in de meest linkse rij de leerlingen die uit het arbeiders- of boerenmilieu kwamen en dus(!) een vak zouden leren op de ambachtsschool of naar de huishoudschool – beide bijna altijd eindstations; als het vmbo nu – zouden gaan. Slim of niet. Tegenwoordig zouden we dat discriminatie noemen.

Toen ik zelf les gaf – op de bovenbouw havo/vwo – was de emancipatie van vrouwen, dus ook van meisjes, hét hot item. De emancipatie van het arbeiderskind was inmiddels als gevolg van de externe democratisering van het onderwijs al behoorlijk gevorderd. Toch was het niet vanzelfsprekend dat wie er de hersens voor had meteen op de brugklas havo/vwo terecht kwam. Zeker niet als je uit een dorp, van de boerderij, kwam en ook niet als je ouders eenvoudige arbeiders waren. Veel kinderen gingen eerst naar de mavo, dan naar de havo om tenslotte op het vwo af te zwaaien. Onder hen veel meisjes én jochies als Bilal, Ashraf en Ali. Voor steeds nieuwe groepen zullen in onze samenleving hogere opleidingen moeilijk toegankelijk blijken. En steeds zal dat onrechtvaardig zijn. Maar steeds zal die achterstand blijken een stimulans te zijn. Nu zijn dat onder andere de mohammedaantjes – ik blijf het een raar woord vinden; vind je dat erg?

Wat betreft die opklimroutes die je aan het einde van je column noemt, heb je volgens mij echt een punt. Dat die in de loop der jaren afgesneden zijn, is inderdaad schandalig. En we bevinden ons wat dat betreft in goed gezelschap. Abram de Swaan zegt in Vrij Nederland van 17 mei jongstleden (…)die vermaledijde middenschool had een veel beter middel kunnen zijn om minder kansrijke, nu vaak allochtone leerlingen te laten doorstromen dan het huidige systeem waarbij kinderen op hun twaalfde al uitgesplitst worden. Die verdomde selectie op vmbo en mbo, als je daar eenmaal zit ben je pas echt het dubbeltje dat nooit een kwartje zal worden. Voor de goede orde: de discussie over ja of nee de middenschool woedde halverwege de zeventiger jaren van de vorige eeuw.

Wat mij betreft neemt elke – zwaar – onderschatte groep de uitdaging van de klassenmaatschappij aan. Bilal, Ashraf en Ali zullen op de eerste plaats zelf iets moeten willen bereiken. Daarbij geholpen door tomeloos ambitieuze ouders, al dan niet hoog opgeleid. Vanaf de eerste dag van hun leven. Opdat een bepaald type onderwijzers en leraren met hun soms geringschattende en soms zelfs intimiderende adviezen uiteindelijk met lege handen staat.

Tenslotte, blijf voor ze opkomen, voor je mohammedaantjes – blijf het in dit verband een raar woord vinden – !

Met vriendelijke groet,

Paul Jansen

* Sabra Dahhan, webcolumniste vk.nl/opinie ** Deze brief staat ook op www.paulsplaats.eu
Laatst geupdate op ( vrijdag 21 november 2008 )
 
Meerssen, 6 april 2008 PDF Afdrukken E-mail
zondag 06 april 2008
Beste Peter*

Begin maart schreef ik je een brief. Daarin vroeg ik je of je misschien nog in het bezit bent van een brief die ik jou een aantal jaren geleden geschreven heb naar aanleiding van Van Santander naar Santander. Je hebt me nog niet geantwoord. Ik wil je laten weten dat ik die brief inmiddels teruggevonden heb. Je hoeft dus verder geen moeite te doen.
Groetjes aan Y. en de kinderen.

Paul Jansen

*Peter Winnen
Laatst geupdate op ( dinsdag 23 september 2008 )
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 Volgende > Einde >>

Resultaten 6 - 10 van 20