|
zaterdag 07 april 2007 |
Bert Wagendorp weet het even niet (Volkskrant, zaterdag 7 april, pagina 3, rechts bovenaan). Of het bomautokerkhof of autobomkerkhof moet zijn. Dit naar aanleiding van een foto van een groot autokerkhof in Bagdad in dezelfde krant, een dag eerder. Een beetje een non-vraag. Autobomkerkhof lijkt mij niet correct. De bommen in de gefotografeerde wrakken zijn elders reeds afgegaan en hebben dus ook elders reeds hun Waterloo – of spel je waterloo? – gevonden. Die autobommen bestaan per definitie niet meer, laat staan dat je ze zou kunnen samenbrengen op een speciaal kerkhof. Bert weet dat natuurlijk wel. Daar is hij namelijk slim genoeg voor. Maar het schrijft zo lekker weg. Gespeelde verwarring.
En dan dit.
Elders in dezelfde editie van dezelfde krant staat Kritiek op SP is een hetze. Daar is ook iemand de weg kwijt, lijkt mij zo. Iemand die de vleesgeworden actiepartij hoog heeft, signaleert een hetze en schiet spontaan in een kramp van compassie. En dat terwijl actie het vaak met name ook van hetze moet hebben. Hameren op steeds hetzelfde aambeeld met als doel het standpunt van de tegenstander of zijn persoon met alle mogelijke argumenten proberen te ondermijnen. Ten faveure van het eigen gelijk, uiteraard. Je schiet zelf doorgaans met scherp en als er dan met scherp wordt teruggeschoten dan ben je zielig. Verdachte verwarring.
Merkwaardig.
Want als er één heel goed voor zichzelf kan zorgen, dan is het hullie Jan wel. En daarmee bedoel ik niet dat hij als politiek voorman van de SP met name op eigen voordeel uit is. Ik bedoel dat Jan niet zielig is en waarschijnlijk evenmin zo wil worden weggezet. En al helemaal niet door zijn eigen fans. Dat voelt namelijk helemaal niet goed voor iemand met autocratische trekjes. Dan moet hij namelijk bij Pauw & Witteman gaan uitleggen dat hij zelf wel uitmaakt of hij zich gedemoniseerd voelt of niet. Want dat verbaasde mij eigenlijk wel. Dat er nog niemand uit de gelederen van de SP heeft geroepen dat Jan gedemoniseerd wordt. Toch heel gangbaar dezer dagen. Trendy verwarring.
Volgende onderwerp.
Gisteren plaatste de Volkskrant een ingezonden briefje over een spelfout in weer een eerdere editie. Het moest in een bepaald verband niet word je maar wordt je zijn. Goed gezien hoor; niets mis met de constatering. Je moet daar alleen nooit briefjes over schrijven. Geheid namelijk dat je zelf ook een fout maakt. In dit geval stond er in de brief ergens dat in plaats van dan. Hoe komt zo’n briefje nou in de krant? Lichte verwarring.
Verklaringen te over.
Een redacteur leest de binnengekomen e-mails met zorg. Neemt kennis van de tik op de vingers, leest verder, ziet de fout en denkt de pot verwijt enz. en wie zich brandt, moet op de enz. en eigen schuld, dikke enz.. En besluit deze ingezonden brief te plaatsen. Of besluit de redacteur – heel wraakzuchtig en vals – zelf een fout in het briefje te laten insluipen? Lekker lachen. Kiest de redacteur met andere woorden voor een milde vorm van demoniseren die bij de schrijver van het briefje tot een lichte maar toch irritante jeuk leidt? Of wilde de redacteur de hand in de boezem van de eigen krant – of is het in de eigen boezem van de krant, Bert?– steken en heeft de redacteur onder het veelvuldig mompelen van “stom, stom, stom” gewoon over die fout heen gelezen? Ook stom, trouwens. En was het briefje nog steeds interessant voor in de krant geweest als de redacteur het typefoutje gewoon verbeterd had? Splijtende verwarring.
Gelukkig een lang weekeinde om daar weer overheen te komen.
|
|
Laatst geupdate op ( vrijdag 11 juli 2008 )
|
|
|
donderdag 22 maart 2007 |
“Als je als politicus de bevolking niet meekrijgt, heb je een probleem.” We tekenen het vanavond – het is donderdag 22 maart – rond half acht op uit de mond van Maxime Verhagen, onze nieuwe minister van Buitenlandse Zaken. Hij is te gast in de Wereld Draait Door. Wat Maxime zegt, doet de alarmbel rinkelen. Waarom, denk ik. En: Laten we eens doen alsof Maxime zei: “Als de bevolking de politicus niet meekrijgt, heeft de bevolking een probleem.” En ook dat klinkt niet lekker.
Daar zitten we dan.
Je kunt dan iets doms op TV aanzetten, een glas wijn nemen en het verder vergeten maar tegelijk weet je dat dit – wat dat dan ook moge zijn – blijft knagen. Waarschijnlijk omdat het met onzichtbare draadjes aan iets anders in je hoofd – wat dat dan ook moge zijn – verbonden is. Bijvoorbeeld met hoe zich de politiek de laatste jaren in Nederland ontwikkelt. Sinds Pim brengt het volk via zijn stem tijdens verkiezingen onder woorden zich slechts gebruikt en belazerd te voelen. Het is een vaag soort ongenoegen en kanaliseert zich op het moment en voor zo lang het duurt in het geblondeerde haar van Geert.
Maar daarmee zij we er niet.
Het gaat ook om hoe politici zichzelf zien. De meesten zeggen dat het hun roeping is het volk te dienen. Dienen wil zeggen dat je doet wat er van je gevraagd wordt. Niet dat je je meester meekrijgt met jouw ideeën. Als je dat probeert, heb je een probleem, lijkt mij. Maar is de politicus dan een ambtenaar, een letterknecht? Het volk verwacht van hem ook ideeën, daarvoor opkomen, passend beleid, daadkracht, bereidheid tot conflict en compromis. En vooral resultaten.
Misschien toch maar dat glas wijn, nu.
Ik heb de indruk dat het volk iets anders verwacht van politici en politici iets anders van het volk. En dat het beeld dat beide van zichzelf en van elkaar hebben niet klikt. En dat terwijl ik helemaal niets begrijp van zaken als als …. dan, dan niet ….. en dergelijke. En er daar dan een hele serie van. En die dan weer juist combineren en laten uitmonden in één sluitende en onontkombare dan …... Een probleem signaleren en vaag in beeld brengen, dat kan ik nog wel maar het ook nog oplossen.
Jemig.
Laat ik het erop houden dat ik vind dat Maxime zoiets niet moet zeggen. Het suggereert dat hij niet zozeer wil dienen als wel de richting wil bepalen. En dat het volk zich moet laten overtuigen van wat Maxime goed dunkt. Maar ook dat hij incalculeert dat hem dat niet altijd lukt. En hoe lukt hem dat dat dan wel, vraagt de politicus in Maxime zich af. Want dan is zijn probleem namelijk weg. Het suggereert dus ook dat hij luistert naar het volk om zijn probleem opgelost te krijgen. En niet om te luisteren naar wat het probleem van het volk is en dat dan op te lossen. Zo, ik heb ondanks alles het gevoel weer een heel klein beetje verder te zijn.
Aan de wijn, dan maar.
|
|
Laatst geupdate op ( zondag 22 februari 2009 )
|
|
|
dinsdag 06 maart 2007 |
Ab Klink heeft zijn eerste punt gemaakt. De nieuwe campagne die de communicatie over orgaandonatie een nieuwe impuls moeten geven “gaat in deze vorm niet door want te bloot” meldt mijn krant uit betrouwbare bron te hebben vernomen. Of dat voor Ab ook écht de reden is, dat is nog niet bekend. Gelukkig maar want dat schrijft een stuk lekkerder.
Om te beginnen. Persoonlijk vind ik een lichaam nooit bloot genoeg. Hoe bloter, hoe meer het uitnodigt tot orgaandonatie. Met name tot donatie van een bepaald orgaan. En dan net lang genoeg om er samen plezier van te hebben. Dat laatste heb je helaas niet bij de orgaandonatie waar Abs club aandacht voor wil vragen. Dan is het of de een of de ander. De ander, dus.
Los van Ab en zijn waarden en normen of zijn angst voor reacties uit de achterban, ik zou bij orgaandonatie ook niet meteen aan zo’n foto van een fraaie blotige mevrouw met een naar verhouding erg geklede meneer achter haar hebben gedacht. Of aan zo’n fraaie blotige meneer met overigens een toch weer veel minder geklede mevrouw erachter. Maar leer mij de wereld van de communicatie kennen. Je kunt het idee en het wordingsproces achter zo’n campagne zo maar helemaal verkeerd zien. Er zijn campages waar in trendy schoenen gestoken voeten wekenlang heel mellow voor op loungetafels hebben gelegen, tientallen bics relaxt tot op de inkthouder zijn afgekloven, neuzen talloze malen traag maar met alle beschikbare middelen tot ver in de voorhoofdsholte grondig zijn gereinigd enzovoort enzovoort en die een boodschap eenvoudig maar kraakhelder in de etalage zetten. En er zijn campages die in een flits geboren precies hetzelfde doen.
En dan zijn er nog de campagnes die op het eerste gezicht en op de eerste plaats gemakzucht uitstralen. Of die meer vragen oproepen dan ze ooit aan gewenst gedrag terug kunnen krijgen. In dit geval via posters die natuurlijk maar een deel van de mediamix zijn. Maar desondanks met nogal obligate foto’s die je op het ene been zetten en met teksten in een leesbrilkorps die je weer op het andere been zetten. We weten toch dat dat tot wankelen leidt. Maar misschien is het juist de kracht van deze campagne dat dat dan in een substantieel aantal gevallen tot een doodsmak leidt.
Het had mij kunnen overkomen. Als Ab er geen stokje voor gestoken had. Mocht ik binnen afzienbare tijd desondanks fataal ten val komen, ontbloot mij ter hoogte van het zonnebankbruine middenrif en je treft daar een sticker met de tekst Ik ben donorgeregisteerd JIJ OOK? aan. Beantwoord eerst de vraag en kijk vervolgens in mijn portemonnee. Daarin aanwijzingen over wat ik wel en wat ik niet kwijt wil. Qua organen.
|
|
Laatst geupdate op ( maandag 10 november 2008 )
|
|
|
dinsdag 20 februari 2007 |
Ik ken mensen in Australië die een moord zouden doen voor de Nederlandse nationaliteit. Bij wijze van dan. Het gaat om Nederlanders van de tweede generatie. Ze hebben uit de verhalen van vader en moeder de geur van Nederland opgesnoven. En ze zouden graag de kans hebben een tijdje in het moederland te werken en het zelf te ruiken. Dat zou kunnen als ze een dubbele nationaliteit hadden. Hadden hun ouders hun Nederlandse nationaliteit maar behouden.
Spijt als haren.
Ze zien namelijk nogal wat medelanders van Britse komaf met grote regelmaat naar het thuisland vertrekken om vervolgens na enkele jaren werken abroad weer neer te strijken op hun geboorteplek. Meestal een ervaring rijker, soms een illusie armer, soms beide. De vergelijking met die Nederlanders gaat niet helemaal op omdat Australië lid is van de Commonwealth. En dat geeft Australiërs recht op verblijf in het homeland. Maar toch. Die Britten mogen dan eigenheimers zijn, op een eiland wonen en het liefst eeuwig geïsoleerd blijven, dat eiland is wel een gastvrije duiventil. Ook voor mensen uit heel andere culturen maar met een verleden in de Commonwealth.
Nee, dan wij.
Wij hébben een duiventil. Die heet Schiphol en daar mag je landen, taxfree kopen en dan snel weer wegwezen. Rotterdam past ook perfect in dat transitoplaatje. Leave your money and run. Hier voor langere of kortere tijd voet aan de grond zetten is slechts zeer uitzonderlijke gevallen gegeven. Dat is in principe alleen weggelegd voor trekvogels. En zelfs die ontvangen we in reservaten als de Waddenzee, de Oostvaardersplassen en de Peel. Het zijn bovendien trekvogels. Da’s veilig. We weten zeker dat ze na een poosje weer weg zijn.
Gelukkig maar.
Wij Nederlands denken wel eens dat we gastvrij zijn maar dat is niet zo. Gasten en vis blijven maar een paar dagen fris. Zo zitten wij in elkaar. Net als rottende vis zijn gasten in onze ogen notoire ziekmakers. Ze maken ons huis smerig, ze eten ons voedsel op, ze zitten in onze stoelen, ze kijken naar onze televisie, ze vallen ons lastig met hun rare ideeën, ze nemen, kortom, onze regie over. En dat wantrouwen, dat we ze wegkijken, dat voelen ze.
Ze zijn niet gek.
We moeten dus niet raar opkijken als ze hier na een paar weken ook weer weg willen. Dan hebben ze het hier ook wel gezien. Alles is hier ook zo klein. En de Nederlandse nationaliteit? Die Australiërs, bijvoorbeeld, verlangen toch onvermijdelijk weer naar de weidsheid van hun land, naar zoveel minder mensen op zoveel meer vierkante kilometers, naar het wat tragere tempo van leven, naar de doorgaans aangename temperatuur, naar hun eigen gemeenschap waarin verschillende culturen gemakkelijk onderdak vinden.
|
|
Laatst geupdate op ( maandag 30 juni 2008 )
|
|
|
vrijdag 16 februari 2007 |
Het is weer jachtseizoen op de arbeidsmarkt. En gezien de krapte heeft het wild de jagers voor het uitkiezen en kan het geschoten worden door wie het maar wil. Het wild is aan zet.
Zegt men.
Op een foto in de Volkskrant zit enig wild aan aan een dinertje bij Kempen & Co. Een bank. Hoewel het wild zich al behoorlijk geanimeerd aan oogcontact waagt, zien we dat het dinertje nog moet beginnen. Slechts één van de dames heeft een voorgerecht voor zich staan – onaangeroerd liggen twee partjes hard gekookt ei en een onduidelijk prutje op een bedje van eikenbladsla –, de glazen zitten nog beschaafd vol met witte wijn en servies en glaswerk staan en het zilverwerk ligt nog glanzend in de startblokken.
Maar ook.
Een van de heren neemt alvast een nipje witte wijn. Hij houdt het glas delicaat vast aan de steel. Hij weet hoe het hoort. Hoewel. Is hij er niet een beetje vroeg bij? Bij die witte wijn. Hebben de dames en heren eigenlijk wel al het glas op elkaars gezondheid geheven? Zouden zij dat niet pas gaan doen als iedereen aan tafel voorzien is van spijs en drank? En dat is toch niet zo? Loopt hier een carrière op de klippen nog voordat die de kans heeft onder stoom te komen?
Etiquette.
Nu zou je denken dat jonge mensen, op zoek naar een baan waarvan er dus vele te vergeven zijn én tegen de achtergrond van een verhufterend Nederland, de arbeidsmarkt frank en vrij betreden met dikke lul drie bier als uitgangspunt en een prachtvertaling daarvan in concreet navenant gedrag. Maar nee hoor. We zijn weer bijna helemaal terug bij Het ABC der Etiquette. Mijn exemplaar stamt uit eind jaren vijftig jongstleden. Het draagt de stempels van de bibliotheek van Gymnasium St. Angela, later Scholengemeenschap Jerusalem in Venray. Ooit een internaat voor keurige meisjes. Daarin onder andere leerzame foto’s met bijschriften als Ook lingerie met zorg gekozen, Lichaamsgeurtjes zijn niet nodig en Zelfbewust, want goed gekleed. Het boek legt ook uit wat een Brandade de morue à la Francaise is. Dat is Ragoût van zoute vis in olie en room.
Jawel.
En omdat het zo inspirerend is nog een kort citaat (pagina 130, auteur Fred Sigg heeft het over dinertjes): ”Een woord van advies aan gastvrouw en gastheer: met uw bekende tact kiest en plaatst u aan uw dineetje de mensen natuurlijk ook zó dat ze wat bij elkaar passen. Zet geen mensenschuwe professor in de archeologie naast een mondaine, pas gescheiden vrouw, waarvan bekend is hoe ze flirt met iedere man die in haar buurt komt. En zo zijn er meer onmogelijke combinaties.” Arme professor.
Tenslotte.
Een jongeman die, aangezeten aan een sollicitatiediner, bij het zien van een vol glas witte wijn onmiddellijk trek heeft in een nipje van het edele vocht ziet daarvan af als nog niet eenieder aan tafel voorzien is van spijs en vervolgens de gastheer – overigens pas nádat hij om enkele ogenblikken serene stilte voor gebed heeft gevraagd – nog niet middels een toast op de gezondheid van alle aanwezigen heeft aangegeven dat de maaltijd een aanvang kan nemen. Genoemde jongeman neme een voorbeeld aan mensenschuwe professoren in de archeologie én pas gescheiden, mondaine vrouwen die ondanks alle voorzorg naast elkaar verzeild raken. Een van de grondregels van de etiquette is zelfdiscipline ook al is die een helse tortuur voor zowel lichaam als geest.
Het is niet anders.
Wild dat geschoten wil worden dient zich hoe dan ook in de baan van de kogel te begeven.
|
|
Laatst geupdate op ( zondag 29 juni 2008 )
|
|
|
<< Begin < Vorige 31 32 33 34 35 36 37 38 39 Volgende > Einde >>
|
| Resultaten 176 - 180 van 191 |