Columns
Kwaliteit PDF Afdrukken E-mail
woensdag 08 februari 2012
Het kan zijn dat de Cito-toets nut heeft maar daar heb ik dan niets mee. Met dat nut. Mijn kinderen hebben hem ooit gedaan en minstens een van de twee heeft er niet echt plezier van gehad. Voor zijn middelbare school was zijn HAVO/VWO-advies anderhalf jaar na dato reden geen extra inspanningen te doen om hem over zijn aversie van studeren heen te helpen en toch het VWO te laten proberen. Ze zagen hem liever ongemotiveerd en met twee vingers in zijn neus de HAVO volgen. Over kwaliteit gesproken.
En juist die kwaliteit van basisscholen wil minister Marja van Bijsterveldt met de Cito-toets gaan meten. Daar heb ik grote moeite mee. Hoewel, het schept wel weer wat meer duidelijkheid over Van Bijsterveldt zelf. In columnistenland stelt men zich naar aanleiding van andere zaken al langer de vraag of een verpleegkundige wel voldoende opleiding heeft om minister van onderwijs te kunnen zijn. Dit ook omdat een vakbondsman zich openlijk afvroeg of zij wel de intellectuele bagage heeft om minister te kunnen zijn. Het antwoord op beide vragen is volgens betrokkenen nee. En dat je het idee krijgt de uitslagen van de Cito-toets van achtstegroepers te gebruiken om de kwaliteit van scholen te meten lijkt het gesignaleerde gebrek aan intellectuele bagage in het algemeen en opleiding in het bijzonder te bevestigen. Denk ik zo.
Volgens mij zeggen die toetsen iets – maar ook niet alles – over die kinderen maar zo goed als helemaal niets over de kwaliteit van hun opleiders. Ook niet als je alles bij elkaar optelt en dan legt naast de optelling van een andere school. Ik bedoel, er zijn scholen voor voortgezet onderwijs die erin slagen een nauwelijks gemotiveerde en niet voor het onderwijs geschapen leerling met net voldoende verstand voor HAVO-met-succes in het bezit van een diploma VWO van school te helpen. En er zijn ook scholen die er niet in slagen een hoog intelligent en zeer gemotiveerde leerling verder te brengen dan een diploma VMBOt. Daarbij, volgens mij bewijs je kwaliteit juist door succes met moeilijke gevallen.
Ik denk dat een basisschool die veel VMBO-adviezen scoort nog altijd een veel betere school kan zijn dan een school met relatief veel VWO-adviezen. Hoeveel kwaliteit moet je eigenlijk in huis hebben om leerlingen die het VWO aankunnen naar het niveau te brengen dat ze dat in een toets kunnen laten zien? Die zoeken het allemaal zelf wel uit. Zou althans zo maar kunnen. Daar kan in elk geval wel eens veel minder kwaliteit voor nodig blijken te zijn zijn dan voor het brengen van kinderen met veel minder verstand en motivatie naar een VMBOt-advies.
Marja, voor het meten van schoolkwaliteit zijn echt andere instrumenten nodig dan de Cito-toets.
Laatst geupdate op ( woensdag 08 februari 2012 )
 
Betrokken PDF Afdrukken E-mail
vrijdag 02 december 2011
Wat je even moet weten, ik heb in het onderwijs gewerkt. In de bovenbouw HAVO/VWO. En niet zo zuinig. Nu is het Nederlandse onderwijs bijna permanent op zoek naar zijn identiteit en zo lang ik dat ook was, was er niets aan de hand. Je deelt dan een hobby, zeg maar. Maar toen ik mezelf eindelijk wat beter leerde kennen, was de liefde wel voorbij. Ik voelde me niet thuis in een systeem dat er maar niet in slaagde kinderen zich onbevangen te laten ontwikkelen en ze tegelijkertijd te voorzien van de noodzakelijke kennis en ervaring. Er was in mijn tijd in het onderwijs een permanente onbalans tussen vraag en aanbod. Het onderwijs was een markt met spelers met slecht beschreven rollen en met onduidelijke regels.
Ik weet niet of mijn waarneming van toen nog opgaat voor het onderwijs van nu. Tussen toen en nu liggen dik twintig jaren van zelfstandig ondernemerschap en ik ben blij dat ik die heb mogen smaken. Hoe blij? Héél blij! Maar nu vindt minister Marja opeens dat ouders meer betrokken zouden moeten zijn bij het onderwijs aan hun kinderen. En omdat het onderwijs mij nooit meer helemaal zal loslaten en ik ooit ook zoiets als betrokken ouder was, kan ik niet anders dan daardoor getriggerd raken.
Ik vind dat ouders eigenlijk niets te zoeken hebben in het onderwijs. Voor het geven van onderricht aan kinderen leiden we in Nederland leraren op. Dat gebeurt weliswaar niet bepaald doelmatig en zorgvuldig maar daar hebben we het nu even niet over. En dat hoeft ook niet want dat is niet de reden dat ouders bij school betrokken zijn geraakt. Dat is meer begonnen als een geintje. Juffie van de basisschool kon wel wat hulp gebruiken bij een schoolfeestje en die hulp beviel. Maar voor we het wisten zaten de ouders ook mee te praten in het middelbaar onderwijs. En begonnen ze zich overal te bemoeien met van alles en nog wat. Hoezo, niet betrokken?
Al vijfentwintig jaar geleden vond ik betrokken ouders in het onderwijs vaak een heel stuk lastiger dan hun kinderen. Laten we het daar op houden. Ouders krijgen kinderen – mag je hopen – in de wetenschap dat ze ze vooral moeten leren op eigen benen te staan. Daar zijn ze op hun twaalfde doorgaans al een heel eind mee en op de middelbare school gaat het tempo van losmaken alleen nog maar omhoog. Dat is een proces dat je als ouder niet altijd kunt volgen en dat doet pijn. Maar als leraar kijk je daar professioneel naar en dan is het fijn als de ouders niet voortdurend betrokken rond hun kind hangen. Je weet wel, nog meer spelers.
Ik was al blij als ouders erin geslaagd waren de school een kind te schenken dat zin had om te leren of daar – desnoods tegen omkoping met duur speelgoed en vakanties – minstens toe bereid was. En als ze het ruimhartig accepteerden als hun kind aangaf daar géén zin in te hebben en daar dan genereus de conclusie aan verbonden dat het dus op school niet op zijn plek was. En mocht ophouden dat ongenoegen op zijn leraren bot te vieren. Dat vond ik wel voldoende betrokkenheid voor ouders.
Laatst geupdate op ( vrijdag 02 december 2011 )
 
Jarig PDF Afdrukken E-mail
donderdag 13 oktober 2011
Gisteren was een goed vriend jarig. Hij viert dat door bewust niet bereikbaar te zijn. Ik weet na al die jaren nog steeds niet wat ik daarmee aan moet. Hij doet dat niet omdat hij niet van een feestje houdt. Of van een praatje over de ins & outs van het ouder worden. En hoe jong te blijven. Hij doet dat door veel te fietsen. En dat zal hij dus gisteren ook wel hebben gedaan. Of hij is naar een of ander obscuur Belgisch plaatsje geweest. Met een burcht en een markt en iets met triple. Jan, gefeliciteerd.
En eergisteren was mijn dispuut jarig en dat is ook niet gevierd. Althans niet dat ik het weet. Ik kreeg vorig jaar in november wel een mailtje van een van de oudere jongens van de club dat ze iets van plan waren. En of ik er ook voor voelde. Een aantal oudere jongens zag elkaar nog met enige regelmaat en het zou op 11 oktober 2011 de vijftigste dies zijn, dusssss ….. En omdat ik ook wel van een feestje houd, mits het bescheiden is en de aanwezige mens tevoren niet van alles en nog wat dwingend oplegt, liet ik weten dat ik hun initiatief bijzonder op prijs stelde.
Er overigens aan voorbijgaand dat onder mijn eigen voorzitterschap het dispuut officieel was opgeheven. Nu disputen weer mogen, heb ik daar een vorm van spijt van, maar toen was het niet anders. Wij waren rebels en licht tot zwaar anarchistisch angehaucht en de founding fathers, nog met een heilig geloof in het belang van het behoren bij een club en stemmig gekleed in driedelig grijs en donker blauw, hadden toen Nijmegen reeds verlaten of maakten daartoe aanstalten. Ook waren zij reeds zwaar aan de vriendin.
Overigens waren zij voor die tijd ook al wel wat losgeslagen. Ze hadden hun dispuut in 1961 niet opgericht binnen de stalen kaders van het ballerige corps maar binnen de uit aanzienlijk lossere mores opgetrokken studentenvereniging ter stede. Wel lazen ze goede en gevestigde literatuur, hielden ze van klassieke muziek en soms ook van jazz, rookten ze pijp of sigaar, bekenden ze zich tot CDA of VVD en hielden zij van degelijke meisjes die een intellectueel debatje noch het moederschap uit de weg gingen. Maar, als jongens die een grapje en een creatief touché wel waarderen konden, stonden ze ook open voor de nieuwe tijd. Voor ons dus.
Ik ben nog altijd blij dat ze ons de ruimte gegeven hebben. Met onze dwarsheid en helemaal geen zin in gedragscodes die, hoewel oubollig, de bestaande autoritaire, repressieve en anti-emancipatoire structuren in stand hielden. Het leverde in elk geval een vrolijk soort frictie op. Waardoor het er op een gegeven moment niet meer toe deed of je een bestuur had of niet. En of je officieel bestond. Maar, voor onze oudere jongens bestaat het dispuut nog steeds. En ik denk dat ze wel ergens samen een vorkje hebben geprikt.
Laatst geupdate op ( donderdag 13 oktober 2011 )
 
Boucher PDF Afdrukken E-mail
zondag 18 september 2011
Van de week was ik in St. Raphaël. Het was ongewild maar wel noodzakelijk en uiteindelijk ook aangenaam. Ik moest er een troostauto ophalen. Mijn eigen voertuig had een wezenlijk deel van zijn geest gegeven. En naar het zich liet aanzien nogal definitief. Voor de technici van de ANWB reden mij een vervanger toe te wijzen. Die stond gereed in een parkeergarage bij het station van de Franse Spoorwegen aan het Place de la Gare. Zesendertig jaren trouw lidmaatschap betaalden zich uit.
Omdat ik er toch was en omdat het kantoor van de verhuurder wegens lunchtijd nog tot twee uur gesloten was, lag het voor de hand even naar de boulevard te wandelen. Die ligt in St. Raphaël namelijk op een steenworp van het station. Daarbij kwam dat mijn zoon B. en ik onder de hand ook wel trek in een hapje hadden. En overal ter wereld zijn boulevards aan zee behalve als slenterstrip ook ingericht voor de voedselvoorziening. In de perceptie van de mens gaan de zee zien en niet eten en drinken heel slecht samen.
Ooit stond ik met mijn lieve L. in het plaatsje Cervantes aan de Australische westkust op een onmetelijk weids en ongerept wit strand. Het voelde als een adembenemende en nooit meer te evenaren sensatie maar aan ons knaagde desondanks het gemis van een strandtentje waar we een glaasje konden drinken. Uitkijken over een zee of oceaan is, hoewel cliché, verreweg het plezierigst met een lekker mens in de ene en een koel glas rosé in de andere hand. Wij moesten het daar doen met een flesje water, gekocht in een onooglijke lokale winkel van sinkel, weliswaar gekoeld maar zo ontzettend van plastic.
Op de boulevard van St. Raphaël raakten zoon en ik verzeild op het terras van een brasserie rechts van de Taverne de la bière waar we de keuze hadden uit een leuke selectie salades. We gingen beiden voor een Salade du boucher. Of was het de boucher? Het verschil is geloof ik dat de ene door de slager en de andere van de slager is gemaakt. Hoe het ook zij. Het was een geweldige salade. En ik kan je dus aanraden die daar eens te gaan eten. Kijk, mijn auto geeft de geest en ik loop tegen een lekkere salade aan. En jij dus mogelijk ook nog eens.
Laatst geupdate op ( maandag 19 september 2011 )
 
Asielzoekers PDF Afdrukken E-mail
maandag 01 augustus 2011
Het blijft een heikel punt, asielzoekers. Zo is de ene gemeente druk met ze als gewaardeerde burgers binnenboord te houden en een andere helemaal van de wap omdat ze er komen wonen. Ik begrijp wel hoe dat komt, maar ik blijf desondanks van mening dat we in staat moeten zijn om in ons veilige land onderdak te bieden aan mensen die hun onveilige land ontvluchtten.
Ik behoor tot een generatie die het grote geluk heeft gehad tot nu toe niet met onderdrukking en geweld geconfronteerd te zijn. Ik heb niet hoeven vluchten. Wat ik van televisie en uit boeken wel heb meegekregen: het is het laatste dat je doet, huis en haard verlaten. Dan is er heel wat aan de hand. Ik probeer me voor te stellen hoe het voelt om uit je vertrouwde omgeving weg te zijn. Op weg naar een land dat je niet kent, naar mensen die je niet kent, met gewoontes die je niet kent. En alle risico’s die kleven aan het binnengaan van het territorium van een ander voor lief nemend. Maar, de angst die je drijft om te vluchten is sterker dan je angst voor het onbekende.
Ik ben blij dat ik behoor tot een generatie die geprobeerd heeft de Nederlandse traditie als asielland voort te zetten. En ik zou graag zien dat mijn medeburgers dat ook willen. Het lijkt me overigens wel heel normaal dat je je afvraagt wie je nieuwe buren zullen worden. De komst van vreemden leidt tot een mix van onzekerheid en nieuwsgierigheid. Je kunt aangenaam verrast worden maar het kan ook tegenvallen. Het is all in the game, als je in een gemeenschap woont. En je hoopt altijd dat de nieuwe mensen goed passen bij jou en goed op hun plek zijn in jouw buurt.
Zijn die nieuwen er al? Hoe zien ze er uit? Waar komen ze vandaan? Hoe praten ze? Hebben ze kinderen? En hoeveel en hoe oud? Je nieuwsgierigheid wint het van je schroom. Gesprekken komen op gang en het wennen aan elkaar kan beginnen. In de maanden en de jaren die volgen, gebeuren de dingen die altijd in een buurt gebeuren. Soms gaat het goed, soms wat minder. Je leeft per slot van rekening samen met anderen.
Ik schrik als mensen zich bij voorbaat verzetten tegen de komst van asielzoekers. Bij voorbaat twijfelen aan de mogelijkheid dat deze zich net als andere burgers kunnen voegen in de gewoontes van de buurt. Niet kunnen afwachten hoe zaken zich ontwikkelen. Voor mij zijn asielzoekers niet bijzonder. Dat wil zeggen: ze hebben niet meer maar evenmin minder rechten dan de andere inwoners van Meerssen. Ik gun het Somalische gezin dat naar Meerssen komt dat het zich hier een plaats weet te verwerven en geluk vindt. En ik vind het spijtig dat ze daar meer moeite voor zullen moeten doen dan een niet-asielzoeker.
Wat ik hoop is dat ze uiteindelijk dezelfde kans krijgen die ik kreeg toen ik vier jaar geleden in Meerssen kwam wonen.
Laatst geupdate op ( dinsdag 02 augustus 2011 )
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 21 - 25 van 199