Columns
Brandweer PDF Afdrukken E-mail
maandag 14 februari 2011
Hij communiceert als de brandweer, lees ik in mijn Volkskrant. We luisteren via de pen van Remco Meijer naar Derick Maarleveld. Hij heeft Mark Rutte, die vandaag jarig is, getrakteerd op de door hem geschreven biografie In gesprek met Mark Rutte. De brandweer, dat is in dit verband onze minister-president Mark.
Ik kende ‘m niet, communiceren als de brandweer. En Google weet ook van niets. Maar ik vind ‘m wel leuk. Vooral dan omdat ik me er nog niets bij kan voorstellen. Mogelijk wel als ik mijn vermogen aan zinloze zaken zin te geven in de overdrive zet. Zo ben ik met enige moeite heel wel in staat te bedenken waarom het drie keer achtereen met de ogen dicht diagonaal oversteken van een straat je spiritueel kan verrijken. Maar vooralsnog schiet me bij het horen van communiceren en brandweer alleen het quasi interview van Godfried Bomans met ene Koperbuik, brandmeester te Amsterdam, te binnen.
Ik citeer vanuit Google het begin: Onmiddellijk na de brand spoedden wij ons naar de brandmeester van Amsterdam, de heer Koperbuik, die ons handenwrijvend in de deuropening tegemoet trad. 'Dat!’, riep de heer Koperbuik uit, 'was weer eens een echte, ouderwetse, uitslaande brand, nietwaar?'' Wat is een uitslaande brand, brandmeester?'' Dat weten wij niet. Wij onderscheiden: loos alarm, schoorsteenbranden, binnenbranden en uitslaande branden. Maar wat dat zijn, dat weten wij niet.' 'Maar hoe wist u dan dat dit een uitslaande...' 'Van de journalisten. Die zien dat direct. Wij blussen alleen. Verder staan wij er buiten'. En even verder in het interview: 'Spuit u nooit op het brandende huis zelf?' 'Zelden. Wij spuiten alléén op de belendende percelen. De brand als zodanig interesseert ons niet. Die beschouwen wij als een gegeven grootheid, een speling der natuur, waarin berust moet worden.
Geef toe, Derick zit er niet ver naast. Als Maarleveld de brandweer van Bomans voor ogen had, dan komt de communicerende Mark Rutte behoorlijk in de buurt. Ook Mark communiceert namelijk hoofdzakelijk open, ferm en opgewekt, recht vanuit een onbezoedeld pluk-de-dag en niet gehinderd door enige angst voor kritiek. En ook inhoudelijk heeft hij wel iets van Koperbuik. Voornamelijk bezig met de belendende percelen. Niet gefocust op de echte problemen. Spuiten is leuker dan blussen. En laat de natuur zijn gang maar gaan. Gods water over Gods akkers. De tijd zal het leren. En van je 1, CO2, CO3.
Communiceren als de brandweer. Duh.

Schiet me te binnen dat in Opperlandse taal- & letterkunde van Battus, vader van Jelle en Aaf, ook nog een prachtig stukje over een brand in het Kurhaus in Scheveningen staat. Dat heb ik ook maar even integraal voor je overgetikt: Scheel Heveningen was een vlooi der prammen. Ver weg op zee zag men een pissende vink. De gatbasten waren gezoodnaakt het land te verstraten en riepen in hun kloten buiten lont. Ze kakten hun poffers, en streken elkaar kak in het gelaat. Enkelen kwakten zaad, andere kakten zalm langs een touw. De guitspasten neukten de bok van het dak. Niets werd gered dan tien linnen tepels en een lul van een predikant in de harige kut van een vinnige pissersvrouw. En zo kan die wel weer.
Laatst geupdate op ( maandag 14 februari 2011 )
 
Popje PDF Afdrukken E-mail
vrijdag 11 februari 2011
Gisteren twitterde een van mijn vrienden en volgers: Niet zeiken popje, dat kan ik nu even niet hebben. Ik kon me er alles bij voorstellen. Het was tegen enen in de nacht en dan zijn mensen moe. Dan moet je niet aankomen met vragen die ’s middags rond een uur of twee nog wel hout snijden. De vraag was prima, de timing minder. Dan is het niet erg dat ik geen antwoord krijg. Ik was zelf ook moe en had waarschijnlijk juist daarom slecht getimed.
En zo geredeneerd maakt vermoeidheid elk misverstand draaglijk. Mijn advies is dus elkaar moeilijke vragen te stellen als je beiden vermoeid bent. Dat maakt de ruzie die erop volgt draaglijker dan wanneer deze zich midden op de dag naar aanleiding van dezelfde vragen ontwikkelt. Het is waarschijnlijk niet het advies waarop je zat te wachten maar het kwam even steels voorbij. Dus ik dacht, … enfin, bedenk dat zelf maar. Je bent er slim genoeg voor.
Wat de reactie overigens nog draaglijker maakte was dat mijn vriend en volger mij popje noemde. Tot gisteren had nog niemand mij ooit popje genoemd. En ik begon daar eerlijk gezegd net langzaam onder te lijden. En zo rolt dat. Als je ergens aan toe bent, komt het vanzelf op je pad. Kwestie van tijd, kwestie van mentaal afdwingen, met vibes op afstand en zo. Of anderszins mentaal manipulatief. Of zo. Vriend en volger en ik waren samen toe aan popje.
Op Twitter is het een vaker voorkomend kooswoord. Een van de heren daar noemt zijn dame bijna voortdurend poppetje en dat vind ik dan persoonlijk weer een stuk minder. Ik houd meer van het stevige pop of popje. Ik denk dat de gebruikers van pop en popje echt heel anders in elkaar zitten dan de gebruikers van poppetje. Ik vind poppetje neerbuigend, maar pop en popje, die hebben iets stoers, die zetten iets neer. Waarvoor mijn dank.
Laatst geupdate op ( vrijdag 11 februari 2011 )
 
Bashen PDF Afdrukken E-mail
maandag 07 februari 2011
Bashen is hip. En dan vooral het bashen van politici en politieke partijen. Ik neem voor het gemak maar even aan dat ze het er naar gemaakt hebben. Nou heeft bashen iets van heel erg door roeien en ruiten. Heeft een basher eenmaal een prooi te pakken dan laat hij niet meer los. Een beetje basher maakt in goed Twitters deaud en bewandelt daartoe de weg van het sleaupen. Zo rolt een basher.
Vandaag staat op pagina drie van mijn Volkskrant een foto van Jolande Sap, geflankeerd door Ineke, Tofik en Tof. Plus nog wat GroenLinksers. Ze staan er prima op. Er wordt gelachen. En Jolande, Ineke en Tof bekloppen elkaar bemoedigend op schouders en knie. Een beetje warm aan elkaar zitten moet overigens kunnen als je er net in bent geslaagd de treurnis van het besluit om weer naar oorlogsgebied te gaan te profileren als een heroïsch gevecht waar je zelf nog het meest bijna aan onderdoor bent gegaan.
Maar ik wil niet bashen. Ik vind GroenLinks een sympathieke partij die voor goede zaken staat. Ik houd van het idealisme dat zich nadrukkelijk het lot van de wereld als ons huis aantrekt. En met de GroenLinksers die ik persoonlijk ken is het prima hout hakken. Ze zijn lief voor hun kinderen, houden van een feestje en hebben veel over voor hun medemensen. Ook dieren mogen zich in hun warme belangstelling verheugen. Allemaal heel tof. Ik deel hun idealen zo veel als mogelijk.
Neemt niet weg dat ik mijn twijfels heb over de manier waarop GroenLinks bezig is te voorkomen dat het besluit van de fractie Marcs missie naar Kunduz te steunen gevoeld wordt als een traject met het kiem van een trauma in zich. De partijtop straalt het soort van flinkheid uit dat je ook wel ziet bij kinderen die net uit een boom gevallen zijn. Nee, mama, het doet geen pijn. Het is o zo aandoenlijk maar de werkelijkheid is overduidelijk anders. Als moeder zie je in de lach ook de grimas. En als goede moeder geef je dan een aai over de bol, zegt zoiets als flinke meid, checkt de vitale plaatsen op breuk en hoopt dat er later niet alsnog schade blijkt te zijn.
Ik vergat hem bijna, die foto*.
Op rij 2 helemaal links is Marijke Vos te zien. Ik vermoed dat ze net diagonaal van achteren heeft gekeken naar het tafereel waar wij als lezer van de Volkskrant frontaal het zicht op hebben. Marijke heeft haar ogen dicht en houdt haar hoofd achterover. Als ik haar gelaatsuitdrukking even vrij mag interpreteren dan lees ik daarin OMG. Dat staat in goed Twitters voor Oh My God.

* Kijk zelf even op de site van de Volkskrant of de foto daar staat. Ik heb hem wel gescand – en dat heb ik goed gedaan - maar ik weet even niet hoe ik hem jullie via mijn site kan laten zien.
Laatst geupdate op ( maandag 07 februari 2011 )
 
Dingetje PDF Afdrukken E-mail
zondag 06 februari 2011
Wij zijn een internationale partij die over de grenzen heen kijkt. Ik ben er nog steeds beduusd van, van die hoofdzin met bijvoeglijke bijzin. Ik tekende hem gisterenavond op uit de mond van Jolande Sap, leader of the pack dat GroenLinks heet. Beduusd, omdat het een beetje dubbelop is, dat internationaal en over de grenzen heen kijken. En omdat ik me afvraag of je een partij die aan het nationale politieke front opereert eigenlijk wel internationaal kunt noemen. De zin maakte GroenLinks in elk geval opeens een stuk groter dan ik het waarneem.
Maar goed, ik wilde het daar helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over écht iets kleins. Ik was deze week in Sittard. Toen ik op een parkeerplaats van het type gribus mijn parkeerbriefje uit de parkeertotem wilde pakken, viel mijn oog op een glimmend dingetje op de grond. Nou zou ik hier verder kunnen gaan in de trant van Toon Hermans. Ik was immers in Sittard en dan ligt dat voor de hand. Toon kwam uit Sittard en hij vond daar de humor op straat, naar ik me heb laten vertellen. En Toon was erg van de dingetjes, vooral van de heel kleine dingetjes en kon daar vaardig iets heel erg oeverloos van en omheen maken.
Zo’n beetje als Jolande Sap deed met GroenLinks door in de marge van een motie van treurnis en vertrouwen even achteloos te reppen van een internationale partij die over de grenzen heen kijkt. Opdat we hem niet zouden onderschatten, de hel waar de fractie doorheen was gegaan. Maar nogmaals, daar wilde ik het niet over hebben. Ik wilde het hebben over dat glimmende dingetje dat ik aan de voet van een groengrijze parkeertotem op een treurig parkeerterrein in Sittard zal liggen toen ik mijn parkeerbriefje uit zijn vakje met transparante klapdeurtje wilde pakken.
Nou houd ik toevallig van glimmende dingetjes. En van oprapen van alles wat ik geheel onverwacht op de grond zie liggen en niet onmiddellijk als waardeloos kan labelen in het algemeen. Overal in huis, in rugzakken en in lades, liggen voorwerpen die het overkomen is. Zo zit in mijn oude, blauwe Nomad rugzak in een van de voorvakjes een stukje steenkool dat ik in 1998 opraapte bij de pier in Newcastle, aan de oostkust van Australië. En in mijn fototas een houten plankje van ongeveer 10 bij 7 centimeter en een millimeter of vijf dik. Dat plankje is een dakpannetje en ik vond het in 2000 in de buurt van Geraldton aan de westkust van Australië. Een en ander lijkt me even voldoende bewijs voor mijn vreemde neiging tot jutten. En nu dat woord toch valt, breek me de bek niet open over wat ik van stranden mee mijn huis heb ingenomen.
Dat kleine glimmende dingetje dus, in Sittard gevonden. Ergens heeft iemand daar of in de wijde omtrek ervan een groot probleem. Praktisch en emotioneel, schat ik zo in. Als gevolg van het verlies van een klein glimmend dingetje. Emotioneel omdat het een accessoire bij top hebbeding de iPad is. Het kleine glimmende ding is namelijk de sleutel tot de iPad. Ben je die kwijt dan moet je met allerlei andere kleine, slanke, moeilijk te vinden priem- en priegeldingetjes aan de slag om een belangrijk sleufje in de iPad te kunnen openen. Zonder dat sleuteltje is je iPad niet meer compleet. Ben je zelf als trotse bezitter van een iPad niet meer compleet, eigenlijk.
Dat sleuteltje ligt nou dus bij mij. Beschadigd wegens op en tussen straatstenen gelegen hebben en met voeten getreden zijn. Maar ongebroken en nog volop in staat tot volwaardig functioneren. Ik hoor het wel, als het van jou is.
Laatst geupdate op ( zondag 06 februari 2011 )
 
Floods PDF Afdrukken E-mail
donderdag 13 januari 2011
In 2008 waren we in Queensland. We reisden met een camper van Brisbane naar Cairns. Na eerst vanuit Sydney met de auto naar Brisbane te zijn gereden, een tocht die we tien jaar eerder ook al eens hadden gemaakt. In Brisbane woont Julie, onze Australian daughter, as we call her. Ze woonde een jaar bij ons, van de zomer van 1994 tot zomer 1995. Ze maakte hier voor het eerst kennis met het verschijnsel dramatische overstromingen. En ook nog van heel dichtbij. In Noord-Limburg. Haar ouders belden op om te checken of ons huis al onder water stond. We konden ze geruststellen.
In 1998 zochten we haar voor het eerst op en tien jaar later dus gingen we naar haar trouwerij in de buurt van Coolum, ten noorden van Brisbane. We stonden daar drie dagen op een kampeerterrein. In de zeikende regen. En ook nu komt in Queensland het water met bakken uit de lucht. De regen in Coolum is daarbij vergeleken slechts een aangename douche. Dagelijks zien we beelden van ondergelopen landerijen en steden. En niet zo’n beetje ondergelopen. Het water staat de huizen tot aan de nok en het geweld van de stroming is enorm.
Australië staat niet bekend als een continent met water. Toch ….. Over Bruce Highway rijdend naar Cairns stonden langs de weg op plaatsen waar die een dipje maakte, over de bodem van de bedding van een droogstaande beek of kreek of rivier, waarschuwingen dat ten tijde van floods de weg onder zou lopen. Van peilstokken kon je aflezen of je er met je auto nog door zou kunnen. Vaak lagen onder de weg hele series duikers om de floods ruim baan te geven. Klaarblijkelijk viel ook dat enorme, ruige landschap dat wij alleen maar kennen als het zand er onder een stevige zon hoog opwaait, en waar de lucht zinderend boven de vlakte kan staan en de bomen langs de weg grijs zijn van de stof, met enige regelmaat ten prooi aan het water.
Een land overigens dat in alle opzichten de indruk maakt perfectly in control te zijn. Waar je struikelt over de waarschuwingsborden. Voor van alles en nog wat. Aan alle gevaren lijkt gedacht. Maar tegen de flash floods blijkt geen kruid gewassen. Ergens in het binnenland valt als een bonus op de gestage regenval in heel korte tijd een echt gigantische hoeveelheid water uit de lucht en even later is zo’n bui getransformeerd in een niets of niemand ontziende natte muur die over de droge bodem voortdendert naar het laagste punt. Daar hebben ook de Aussies geen antwoord op. Dan kun je nog zoveel voorzieningen treffen en waarschuwen tot in het oneindige. Dan houdt het op.
Komt het doordat die Australiërs zo stoer overkomen en altijd op alles lijken voorbereid dat er nog geen actie op gang is gekomen om ze een handje toe te steken? Mijn indruk is dat ze het dit keer wel kunnen gebruiken, een steuntje in de rug want wat hen nu overkomt is echt verwoestend. Dat zal de komende weken blijken. Tegelijk denk ik dat die vriendelijke diehards, those lovely tough guys waar ik zo van ben gaan houden het zullen redden.
Met onze Australische dochter en haar gezin gaat het in elk geval goed.
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 41 - 45 van 199