|
dinsdag 05 oktober 2010 |
Ik lees op Twitter, een eigentijds medium voor soms ook minder eigentijdse boodschappen: Dieren laten je tenminste niet in de steek zoals mensen, die kun je tenminste vertrouwen. Het is een gedachte waarachter waarschijnlijk groot en grof onderschat menselijk leed schuilgaat. Leed dat rijp is voor verlichting door de PVV en waar dus nauwelijks verbeelding voor nodig is, lijkt me zo. Het is de treurigheid die gevat in een cliché de morele basis legt voor het aantreden van 500 animal cops.
Ik denk dan aan tekenfilmheld Brigadier Dog die ik me herinner als een sullig wezen waarmee het als ondeugend mededier goed keten is. En aan brigadier Snuf uit Tom Poes van Marten Toonder, steun en toeverlaat van commissaris Bullebas, ook hond. En ergens figureert in mijn brein heel vaag een stevige bulldog in een Amerikaans politiepak die het tegenovergestelde van sullig is. Grauwend en grommend. Type je op Google bulldog cop in, dan kom je uit bij de foto van een kleine, timide ogende bulldog in … jawel ... En dat past dan weer bij het antwoord van een andere twitteraar op de eerder geciteerde boodschap: Precies. En ze doen wat je zegt en ze zijn dankbaar en aanhankelijk. En bang voor je.
Persoonlijk vind ik 500 animal cops, ook als ze in de gedaante van mens bedoeld zijn en dus 500 medemensen zinvol van de straat houden, erg veel. Maar, moet kunnen. Gedogen is mijn achternaam, zal ik maar zeggen. Zolang die cops mij maar niet lastig vallen. En dat zal ook wel, want ik heb weinig met dieren. Althans, bij mij in huis en op en aan mijn lijf. Ik weet het, het was ooit anders, toen we drie katten, zeven kittens, een sluierstaart en twee goudvissen in één kom, een bijna per dag wisselend aantal hamsters en een waterschildpadje in een plastic bakje als onze kinderen koesterden. Maar, voor alles is er een tijd en de tijd voor personal live stock is voorbij.
Ik heb inmiddels de dieren ook van een andere kant leren kennen. De meeste dieren zijn gewoon op de eerste plaats plaaggeesten. De koeien in de wei naast je huis trekken vliegen aan die ook bij jou komen mee-eten. Cavia’s laten hun tanden te lang worden en verrassen vervolgens je onwetende kind met een plotselinge dood. Boktorren knagen fluisterzacht de spanten van je dak weg. Kraaien laten in het najaar vanuit de lucht schedelbedreigend walnoten te pletter slaan op de tegels in de patio. Olifanten vertrappen je tentenkampje in de Serengeti. Vogels willen bij voorkeur dwars door de motoren van vliegtuigen heen. Vissen proberen het aas van je angel te eten zonder even ferm toe te happen. Hondjes die liefdevol geserveerd voedsel met kwaliteitsbevorderende E-stoffen binnen krijgen happen zonder bericht vooraf in kinderbeentjes. En dan heb ik het nog niet eens over regelrechte profiteurs als teken, muggen en vlooien.
Dieren mogen mij dan ook best in de steek laten. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik zal er geen traan om laten. Sterker nog, ik zie opeens een waarlijk zinvolle taak voor die animal cops. Ik bel wel als ik dieren het huis uitgezet wil hebben.
|
|
Laatst geupdate op ( dinsdag 05 oktober 2010 )
|
|
|
donderdag 23 september 2010 |
Moet ik wel eens nadenken over welk onderwerp ik zal schrijven? Ja, dat moet wel eens. En ook weer niet want ik heb er minstens zo’n twintig in de officiële wachtstand staan. Dus twintig items die ik gemakkelijk kan vinden in de puinhoop die mijn digitaal archief is. Waar ik doorheen kan bladeren en dat ik dan tegen een van hen ja, jou neem ik zeg. En dan zwerven er nog talloze andere in rond maar die zijn niet meer een twee drie in beeld te brengen. Daar moet ik dan moeite voor doen.
Weet ik het écht niet meer dan kan ik nog terecht in mijn breinboekje waaruit ik nu onder andere moeiteloos en plopgewijs Fietsen op Ameland, Vroeger bij de welpen, De wei, Een dag uit het leven van een kraai, Fietsen in Zuid-Limburg, De kloof tussen arm en rijk, Begijnen en zo, Wilders en de wijde wereld en eventueel nog vele, vele andere laat opduiken. En dit zijn dan alleen nog maar de erg brave. Er is uiteraard nog veel meer mogelijk. Hee, ik ben een schrijver. By nature, weet je wel.
Een echt probleem is dat ik soms over niets wat er voorhanden is, wil schrijven.Geen enkel onderwerp kan me boeien. Het staat me even niet aan, is te belegen, is nog te vers, is niet actueel, is niet voldoende tijdloos, is te serieus of is gewoon te helemaal niks. Gewoon even helemaal geen zin, dat is het. En dan heb ik het nog niet over de keren dat ik me een voorstelling maak van de mogelijke reactie van de lezer als ik toch iets zou schrijven. Dan begin ik al helemaal niet te schrijven. So stay away, you devil.
Als deze column volgens jou nergens over gaat dan ligt dan niet aan jou. Dan ligt dat aan mij. Ik had er dus gewoon geen zin in. Dat ik me daar overheen heb gezet, dat komt voor rekening van mijn enorme wilskracht en doorzettingsvermogen. Omdat mijn website het nodig heeft dat er zo nu en dan vers spul op verschijnt.
Ik zou zeggen: Volgende keer beter. Mogelijk nóg beter, bedoel ik.
|
|
Laatst geupdate op ( donderdag 23 september 2010 )
|
|
|
woensdag 25 augustus 2010 |
Todd Byers uit Seattle stapt monter uit het museum, meldde mijn krant gisteren. Het museum, dat is het Anne Frank Huis. In mijn rol als tekstschrijver vind ik het woord monter in deze context minstens lichtjes schuren. Bovendien, ook in mijn rol als mens kwam ik indertijd niet zo monter het Anne Frank Huis uit. En ik herinner me de eindeloze stroom toeristen voor mij en achter mij evenmin als opgewekt. Want dat is wat monter betekent, volgens mij: opgewekt. We waren allen muisstil, want nogal platgeslagen. Door een benauwde leegte en wat zich daarin tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelde.
Ik kan natuurlijk niet in de ziel van Todd uit Seattle kijken maar ik geef hem het voordeel van de twijfel. Hij is een man met het hart op de goede plaats die met monter uit het Anne Frank Huis stappen geen verkeerd signaal wil afgeven. Wat de journalist aanziet voor monter is zeer waarschijnlijk meer iets van opgelucht en blij weer vrij buiten te staan of zo. En dat Todd zijn schouders ophaalt als de journalist hem vertelt dat zo-even de kastanjeboom is omgewaaid, dat is logisch na wat in het afgelopen halfuur met fluisterend geweld de ruimte tussen zijn oren in bezit heeft genomen. Niet één boom heeft het eeuwige leven, zegt Todd. Zo is het en zo zij het ook.
En vandaag meldt meneer Deetman in mijn krant: Ruim 900 slachtoffers hebben zich de afgelopen maanden spontaan bij ons gemeld. Het gaat over seksueel misbruik door dienaren van de God van de katholieken. Als ik het woord spontaan hoor, denk ik daar altijd iets van vrolijkheid en onbevangenheid en ook wel ongeremdheid bij. Ik neem maar even aan dat Deetman het woord gebruikt heeft en dat de journalist het genoteerd heeft. En niet dat Deetman oorspronkelijk ongevraagd gebruikte en dat de journalist daar spontaan voor in de plaats heeft gezet. En hoe dat precies is gegaan, het zal me ww - worst wezen in tekenbesparende twittertaal – maar het schuurt al stevig.
Mijn krant van vandaag meldt ook dat in Chili een noodtunnel voor hulpgoederen geboord gaat worden. Ik dacht echt dat een tunnel in principe horizontaal door massa loopt. En dat in mijnbouwjargon een boring door massa van boven naar beneden een schacht is. Nou, in dit geval zijn we het schuren voorbij, wat mij betreft. En vanuit Tsjetsjenië meldt vandaag mijn krant: Het kwade bloed tussen de twee familieclans liep uit de hand … . Nou, dan moet je zelf maar eens nadenken over wat hier allemaal mis kan zijn gegaan. En aan wie of wat dat gelegen kan hebben. Ik ga mijn ideeën daarover hier in elk geval niet uit de doeken doen. Te vermoeiend, te traag voor een column en bovendien train jij dan jouw taaldenkhoofd weer eens. Maar zeker is, dit soort teksten is natuurlijk het schuren al heel ver voorbij.
|
|
Laatst geupdate op ( woensdag 25 augustus 2010 )
|
|
|
dinsdag 24 augustus 2010 |
Soms duurt het heel lang voordat een soap weer vaart krijgt. Maar, één windvlaag kan voldoende zijn. Gisteren maakte die een einde aan het lange leven van een nog slechts hoofdzakelijk uit poeder opgetrokken maar toch heel eerbiedwaardige boom. Zo veel poeder dat het nog een wonder is dat ie niet in de loop van de winderige ochtend beetje bij beetje bijbels verwaaide. Eindelijk naar Anne. Voel je héél even romanticus en je weet: dat zou gekund hebben en het zou een teken zijn geweest. Als een veertje zo licht hoog over de muren en over de daken de zwaarte van die Hollandse binnentuin verlaten. Liever bij haar, meende de oude man, dan bij lieden die denken dat een stichting en een stalen constructie in staat zijn een leven eeuwig gaande te houden.
Persoonlijk houd ik, net als Bob Smalhout, ontzettend veel van bomen. Ik durf zelfs te zeggen dat sommige van mijn beste vrienden bomen zijn. En Irene mag wat raar overkomen, ze heeft wel smaak als het om hout gaat. Zelf denk ik bij bomen aan ondoorgrondelijk, onverzettelijk en meer materieel aan zuurstof in hele grote wolken. Een en ander samen te vatten als levenskracht. Maar, at the end, een boom blijft wel een boom. En de natuur blijft ook de natuur. Kunnen we dat even vasthouden? Je kunt proberen die te temmen, maar dat lukt niet. Ja, soms voor een tijdje en soms duurt dat tijdje behoorlijk lang, maar er komt een moment dat de natuur weer heel even écht haar gang gaat en dan is het finito.
Mijn krant opende vandaag niet met het verhaal over die boom. Mijn krant ging niet uit de bocht. Het moet gezegd, het was wel nét niet. Anne’s boom kreeg een foto over drie kolommen op pagina één plus een kort nieuwsbericht over dezelfde drie kolommen plus nog een achtergrondverhaal over drie kolommen op pagina twee over bijna de hele lengte van de pagina met daarin nog een infographic. Gelukkig tabloid, want anders … … Mijn krant opende met ouders in de stress over opvoeden. Kijk, dat gaat ergens over. Althans, op het eerste gezicht. Op het tweede gezicht lijkt het verdacht veel op dat gedoe met die boom. Met alle respect hoor, voor die ouders, want het valt echt niet mee, opvoeden. Ik weet het, uit ervaring.
De overeenkomst zit in het idee van de maakbaarheid van het leven. En geloof me, bomen zijn niet maakbaar en kinderen evenmin. Althans niet maakbaar in die zin dat het resultaat van je inspanningen is wat je als kweker of ouder voor ogen hebt. Opgroeien, kweken en opvoeden zijn processen en de producten ervan zijn dynamische dingen. Opgebouwd uit een serie plaatjes waarvan sommige je wel en andere je niet bevallen. Wat je ziet is voor een deel door jou bepaald, voor een deel van zichzelf en voor een deel door de omgeving. Zelfs de verhoudingen tussen die drie delen ken je niet. En vergeet niet dat jijzelf verandert en de omgeving ook. Al met al rationeel voldoende redenen om als ouders minder stress te voelen. Voor het overgrote deel gaan de dingen zoals ze gaan.
Het enige dat echt maakbaar is, is het eindresultaat: een dode boom of een dood kind. En dat wil je niet op je geweten hebben. Maar dat hoeft ook niet want daar tekent de natuur voor. Ook een reden om minder stress te voelen.
|
|
Laatst geupdate op ( dinsdag 24 augustus 2010 )
|
|
|
donderdag 05 augustus 2010 |
Er is in mijn vroege jeugd een periode geweest dat de zaterdagen een kwelling waren. Tot vlak na de lunch met de geur van verse koffie en vers brood, mesverse vleeswaren en een ongerept stuk Hollandse kaas ging het nog maar daarna moest ik me omkleden. Want ’s middags naar de welpen. Daar was ik bij verzeild geraakt, waarschijnlijk omdat ik van papa en mama niet alleen een grote maar ook nog een flinke vent moest worden. En dat kon bij de welpen, wist mijn moeder. Zij was ook bij de verkennerij geweest. Als raksha, in rangorde de tweede primus inter pares na de akela. Behoorlijk belangrijk, dus. Ik weet niet of ik me toen al afvroeg waarom mijn moeder haar grote kennis van en ervaring met de flinkeventenmakerij niet gewoon thuis praktiseerde. Althans niet zo over mij kon laten neerdalen dat die een wekelijkse gang naar de horde in het clubhuis aan de Taalstraat te Vught. noodzakelijk dan wel overbodig maakten. Mogelijk speelde gebrek aan talent mijnerzijds een rol.
Welpen kleden zich in uniform. Het bestond van beneden naar boven gezien uit een stel stevige stappers, lange wollen kousen met omslag en met flossen, een korte corduroy broek met een omslag aan de pijpen, een riem met een insteek-draai-klamp-sluiting, een wollen polo met lange mouwen, een vierkante doek in de kleuren van de horde, een ingenieus ingesneden en op de wijze van Lord Baden Powell gevlochten leren riempje van ongeveer drie centimeter breed en om het beeld van een flinke vent compleet te maken: een geinige pet voor op het onverschrokken jongenshoofd. Deze outfit kostte in de scoutshop in het naburige Den Bosch een voor die tijd waar godsvermogen. En dat diende aan papa en mama terugbetaald te worden in de vorm van langdurige trouw aan de horde. Al snel hoopte ik dat ik heel erg snel en liefst zelfs wonderbaarlijk snel zou groeien. En dat de kosten van de aanschaf van een nieuw uniform mijn papa en mama met betrekking tot de trouw aan de horde een stuk milder zouden stemmen.
Elke zaterdagmiddag vertrok ik na de lunch naar boven. Ik deed er zo lang mogelijk over om vooral niet te snel mijn avontuurbestendige welpenuniform aan te hoeven trekken. Alles aan dat pak gaf niet mee of jeukte of was stug én jeukte. Of zat te strak. Me daar in te steken was een opgave die om veel contemplatie en onthechting vroeg. Ik moest daarvoor in een hogere staat van een bijna totale gevoelloosheid zien te geraken. Ik moest daarvoor als het ware de uiteinden van mijn gevoelszenuwen morsdood zien te denken. De ene keer lukte dat beter dan de andere. Maar meestal helemaal niet. Ik vreesde de aanraking van bijna elk kledingstuk even erg. Het had dus geen zin tijdens het aantrekken een andere dan de standaard volgorde aan te houden.
Ik ga niet in detail beschrijven hoe de jeuk met het aantrekken van de al genoemde kledingstukken langzaam bezit van mij nam. Hoe de korte corduroy broek de souplesse uit mijn jongensheupen harnaste. Hoe de elastieken aan de flossen vlak boven mijn kuiten voor de rest van middag mijn knieën en alles daarboven pijnlijk scheidden van mijn onderbenen. Hoe de iets te krappe riem rond mijn middel mij licht de adem benam. Hoe het geinige petje mij voor de rest van middag als volledig malloot te kijk zette. Pas als al het dure spul de temperatuur van mijn eigen lichaam aan had genomen werd het leven weer iets dragelijker. Echt vrolijk werd het nooit op die zaterdagmiddagen.
Ook om andere redenen niet, overigens. Daarover later eens.
|
|
Laatst geupdate op ( vrijdag 06 augustus 2010 )
|
|
|
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>
|
| Resultaten 46 - 50 van 191 |