Dagboek
Dinsdag 24 februari 2009 - Meerssen PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 24 februari 2009
Vorig jaar schreef ik op 11 februari dat de mussen terug zijn rond en in het huis. Wat betreft dat laatste: onder de dakpannen. Nu hoorden we ze voor het eerst op vrijdag 20 februari. In elk geval betekent het dat de lente in aantocht is. Er komen immers ook al krokussen boven de grond en in de patio beginnen de knopjes van de esdoorns in de kuipen langzaam ook steeds iets voller te worden. Klein beetje feest dus in dit hoofd van mij.
En op straat en in de cafés woekert het carnaval. Zo nu en dan komt er een trekker met daarachter een kar met daarop een tiental als panter verklede dronken lieden en een geluidsinstallatie met plusminus 120 Db uit de luidsprekers langsrijden. Op weg naar weer een volgend vat bier. De lantaarnpalen in de straat zijn door de buurtvereniging versierd met ballonnen in rood, geel en groen, de kleuren van het carnaval. Ik houd van de buurtvereniging.
Dat schreef ik afgelopen maandag. Vast van plan die dag een pagina in het dagboek af te ronden.
Lukte niet.
Verder is er paniek op de beurzen. Je kunt je niet voorstellen dat er nog paniek is. Iedereen moet nu toch zijn boeltje wel verkocht hebben of gewoon zijn kwijtgeraakt. En met de kwartjesaandelen van tegenwoordig schrik je toch niet meer écht als er een of twee of drie cent af gaat. Ondanks dat ik wel eens wat beleg, ik vind het nog altijd moeilijk sympathie te hebben voor beursgenoteerde multinationals omdat ze in veel gevallen toch uiteindelijk over de ruggen van de minst mondigen aan hun geld zijn gekomen. Maar, nu begin ik toch behoorlijk af te knappen op zogenoemd kritische journalisten en hun berichtgeving over de crisis die diezelfde bedrijven treft. In plaats van informatie aan te dragen, geven ze zich over aan de kunst van het stellen van suggestieve vragen aan de verantwoordelijke ceo's en dergelijke. het is een soort hijgerig krabben aan kleine, open maar verder rustige wondjes in de hoop dat het bloed er dadelijk toch nog lekker uit spuit.
Jort Kelder presteert het in De Wereld Draait Door te zeggen dat hij klant is bij ING en tegelijkertijd openlijk te twijfelen aan de houdbaarheid van het bedrijf. Dan had ik er mijn geld toch inmiddels weggehaald. Rare Jort. Vorige week zei hij nog schouderophalend dat het allemaal emotie is. Wie gezond verstand heeft, doet niet mee aan de paniek, bedoelde hij te zeggen. Denk ik. Van journalist Middelkoop, ook in het programma regelmatig te gast om daar uitgebreid te sombermansen, gaat het verhaal dat hij al een tijdje in goud handelt. Dank je de koekoek dat hij dan de economie en de mogelijkheden daarin te investeren hartstochtelijk de put probeert in te praten. Dat jaagt de koers van het goud wel op. En dat is goed voor zijn eigen portemonnee.
Tenslotte. Net, na een lekkere maaltijd, weer even fors met een tandenstoker in de weer om zo de mondhygiënist tevreden te houden, zei ik tegen mijn lieve L. dat we vroeger na de maaltijd lekker een sigaretje rookten in plaats van met een stokje tussen onze tanden in de weer te zijn.
Dat is zo’n beetje de stand van zaken. Vroeger was ook heel veel ongezond en nu is het nog altijd niet veel beter.

Dinsdag 22 02 2009
Laatst geupdate op ( donderdag 26 februari 2009 )
 
Zondag 8 februari 2009 – Meerssen PDF Afdrukken E-mail
zondag 08 februari 2009
Carnaval nadert. Het rood geel en groen zijn alom. In de vorm van fraaie guirlandes – ook geïllumineerde –, ballonnen, papieren sterren, vlaggen en andere feesttooi. Aan huizen, in etalages en verder overal waar je je maar kunt voorstellen. Positief: zo gek als met Europese en wereldkampioenschappen voetbal maken ze het hier niet. Soms midden in een weiland of aan de komgrens een bord dat vertelt hoe de omgeving tijdens het carnaval heet. En daar word je niet altijd even blij van. Evenmin als de mensen die carnaval zien als exemplarisch voor de volkscultuur, denk ik.
Wij wonen op het moment in het Schuinsmarcheerdersrijk en dat dan in dialect geschreven. Ik weet het, het is goed bedoeld, zo van even uit de pas, even uit de maat, even uit de dagelijkse tredmolen, even de boel de boel laten maar het wekt een andere indruk. Ondertussen vallen de prinsen en prinsessen als rijpe appels uit de bomen. De regionale en lokale kranten doen er dagelijks kond van en de lokale en regionale radio- en teeveestations zijn met bijna niets anders bezig. Overal hangen posters van het gelukkige prinsenpaar. Voor de personen in kwestie is het ongetwijfeld een carrièrestap of is hun uitverkiezing het bewijs dat ze het in de gemeenschap al gemaakt hebben. (Bestuurs)lid van het plaatselijke mannenkoor, van de voetbal- of speeltuinvereniging of vergelijkbaars.
Woonde de prins van Meerssen vorig jaar nog op ongeveer 300 meter afstand van ons huis aan de weg waar wij wonen, dit jaar is een buurtgenoot op ongeveer 100 meter met de eer gaan strijken. Ik sluit niet uit dat volgend jaar de overbuurman aan de beurt is. Ja, onze straat hoort er bij. Misschien speelt ook een rol dat we een prima buurtvereniging hebben. Lekker actief en open voor elke inbreng. Dus zijn ze verdiend, deze door de gemeenschap geschonken eer en vertrouwen. En wij, wij zien het gebeuren en zien het aan. En wij genieten ervan. Wij wonen in een fantastische straat.
De komende weken zal de spanning in de regio oplopen. En hoewel we dat waarnemen, zullen we er zelf nauwelijks door beïnvloed worden. We blijven onze eigen dingen doen. Lieve L. blijft naar haar werk gaan, ik blijf bijna dagelijks wel iets doen om de benedenverdieping van ons huis af te schilderen. Ja, ik weet het, het wordt vervelend. Altijd maar dat geschrijf over dat schilderen. Maar als je ervan af wilt zijn, zou ik zeggen: kom helpen. Je kunt je diensten via deze website aanbieden.
Laatst geupdate op ( maandag 09 februari 2009 )
 
Zondag 18 januari 2009 II - Meerssen PDF Afdrukken E-mail
zondag 18 januari 2009
Net het rondje Waterval gelopen. Waterval is een gehucht tussen Meerssen en Ulestraten. Het ligt in een dalletje waar de Watervalbeek doorheen stroomt. Het is een nat gebied. Zo’n beetje het laagste plekje van de omgeving. Er staan een stuk of twintig huizen en het is er naar verhouding donker. Het lijkt een plek waar de zon niet vaak schijnt maar dat is betrekkelijk. De zon dringt er alleen iets minder goed door. Hij komt er later op en gaat er eerder onder. Iets wat in het vlakke land van Noord-Nederland onbekend is. Het is de Gorge du Tarn van ons stukje Limburg.
De bui kwam net iets eerder dan Buienradar had voorspeld, dus zijn we goed nat geworden. Wat ik tot voor kort voor vervelend weer zou versleten hebben, voelde nu als verfrissend. Een stevige wind, doorregen met verkwikkende regenvlagen heeft de kop even lekker leeg gemaakt. Ik voel me schoon en weet nu ook wat ik de komende tijd moet gaan doen. Ik moet meer lopen. Het is een conclusie die waarschijnlijk al ergens tussen de oren in de week lag na het lezen van een artikel in De Volkskrant van zaterdag, gisteren, 17 januari en waar de frisse wind en de regen een dun zandig laagje van hebben afgeblazen en -gespoeld.
In dat artikel wordt hardlopen aangeprezen als uiterst heilzaam voor stressies & sombermansen. Mijn ervaring leert dat ik van beide iets te veel heb. Ooit ben ik, voorafgaande aan een burn out, behoorlijk frequent bezocht door acute aanvallen van hyperventilatie die mij na verloop van tijd in de jas van chronische hyperventilatie gekleed definitief in hun greep hebben gekregen. Ik zal je niet lastig vallen met de details.
Helaas, hardlopen kan ik niet. Na een week voorzichtige trainingsopbouw beginnen mijn schenen ongenadig op te spelen. Het fenomeen heet springschenen, in het Engels shin splints, en is uiterst pijnlijk. Dat artikel bracht de herinnering daaraan weer boven maar ook de herinnering dat ik er tijdens acute aanvallen van hyperventilatie altijd behoefte aan had in beweging te komen en als ik al liep hard te gaan lopen. Klaarblijkelijk vroeg het teveel aan zuurstof dat ik tijdens zo’n aanval opbouwde om verbranding. Maar hardlopen, dat kon ik dus niet.
Ik zie mijn ervaring wel als onderbouwing van het idee dat hardlopen goed is voor stressies & sombermansen. Je loopt de onrust als het ware je lichaam uit. Doordat je de als gevolg van overademing meer dan noodzakelijk in het lichaam beschikbare zuurstof verbrandt. Zuurstof die tijdens een acute aanval van hyperventilatie ernstig balansverstorend werk doet. Ertoe leidt dat je bloedsamenstelling op actie raakt ingesteld terwijl je op dat moment helemaal niet op actie uit bent. En geremde actie is onrust in een veelvoud van gedaantes. Hardlopen kan dan een bevrijdende actie zijn. Het verbruik van het teveel aan zuurstof leidt tot opheffing van het relatieve tekort aan koolzuur in je bloed waardoor de balans in het bloed weer hersteld wordt.
Maar, ik ben geen dokter; dus hecht hier vooral geen waarde aan. Zelf heb ik ook nog wel een vraag. Helpt dagelijks hardlopen behalve tegen stress en wisselende stemmingen ook tegen chronische hyperventilatie? Je zou denken van wel als je ervan uitgaat dat ook chronische hyperventilatie het gevolg is van stressen en somberen. Hoe dan ook. Ik zal het met gewoon lekker doorstappen moeten doen. Of ik ga weer fietsen. Ik houd je op de hoogte.
Laatst geupdate op ( maandag 19 januari 2009 )
 
Zondag 18 januari 2009 - Meerssen PDF Afdrukken E-mail
zondag 18 januari 2009
In de slipstream van de emancipatie van de burger en diens daardoor toegenomen mondigheid delven verdraagzaamheid en beschaving (tegen alle verwachtingen in) (helaas) steeds vaker/(niet) zelden/soms/(te) vaak/met enige regelmaat/nog niet vaak genoeg* het onderspit.

* Met behulp van doorhalen en laten staan zelf kiezen wat wat jou betreft van toepassing is en dan nadenken.
Laatst geupdate op ( maandag 19 januari 2009 )
 
Donderdag 15 januari - Meerssen PDF Afdrukken E-mail
donderdag 15 januari 2009
Vandaag tik ik een oud stukje over. Ik kan het origineel niet terugvinden in de vijf mappen die oude computer heten en voor ongeveer evenzoveel afgedankte exemplaren staan. En als ik het toch moet tikken, dan kan ik het net zo goed aan jou laten lezen. Het stukje verscheen in Het Gezicht Van Jerusalem, uitgegeven in 1995 ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van die school in Venray. 1995 was ook het jaar dat ze ophield te bestaan. Het boekje is geschiedschrijving én afscheid ineen. De titel van mijn bijdrage is Afkicken. Ik was inmiddels zo’n vijf jaar weg van de school en een nieuwe weg als tekstschrijver ingeslagen.

Ach meneer, zegt de zeventienjarige leerlinge - ze is heel mooi en erg begaan met iets oudere jongens, van wie ik er één ben - u bent echt heel aardig maar u weet niet precies wat u wilt. Daarom weten zij (let op, ze heeft het over zij!) ook niet wat ze aan u hebben. Dat maakt ze onrustig. En een andere - ook heel mooi en ik ben weer één van die iets oudere jongens - zegt Het is natuurlijk prachtig dat u met al die weekbladen de maatschappij de school inhaalt maar wij hebben op Maandag liefdesverdriet bijvoorbeeld en dan staan onze hoofden niet zo naar allerlei andere dingen (zij noemt de moord op Allende allerlei andere dingen). Het is zo’n beetje 1972, 1973 en ik ben nog betrekkelijk jong en nog maar pas op JERUSALEM.
JERUSALEM is een tropisch golfslagbad; willoos ga ik er in onder. Eerst komt JERUSALEM, dan komen op zeer ruime afstand alle andere middelbare scholen en dan ergens heel ver dáár weer achter het Boschveldcollege. Ik ken het weliswaar alleen uit de verhalen maar die vertellen dat het een miezerig en onverwarmd buitenbad is. Het is er te klein om lekker baantjes te trekken maar ook weer nèt groot genoeg om er ongenadig te verzuipen. Het is er bovendien altijd hartje winter.
En zo raak ik verslaafd aan JERUSALEM, aan zijn meiden en zijn jongens, aan zijn discussies, zijn vernieuwing, zijn enthousiasme, zijn matinee, m’n vak, m’n collega’s. Maar roes komt van een drug en in de drug zit een gif waar je niet buiten kunt en dat zich in je vreet. In 1990 moet ik hoognodig gaan afkicken. Langzaam maar zeker lukt dat. De roes is voorbij, ik kan zonder het gif en ik herstel.
Ik heb prachtige herinneringen aan JERUSALEM. Als ik mijn ogen sluit en ik tel, zie ik in willekeurige volgorde op iedere tel het gezicht van een van mijn leerlingen, van mijn collega’s, van een van de andere medewerkers. Naarmate ik dat vaker doe, komen er nieuwe gezichten bij en duurt de cyclus langer. Het is het genot van de geur van de havana die je niet rookt maar nog wel ergens is; van de calvados die je niet drinkt maar nog wel ergens is.
Ik rook niet meer en calvados drink ik nog maar zelden. Als ik zeg dat ik niet meer verslaafd ben aan het roken zegt iedereen Zo, da’s knap! want iedereen weet wat dat is, roken; en hoe erg. En als ik zeg dat ik opgehouden ben met veel drinken, zegt iedereen Zo, da’s knap! want iedereen weet wat dat is, veel drinken; en hoe erg. Maar als ik zeg dat ik niet meer verslaafd ben aan JERUSALEM, wie zal daar dan een prestatie in zien? JERUSALEM, dat bestaat niet eens meer. Waar hebben we het dan nog over?
Mij hebben ze er niet mee; ik weet beter. We hebben het over iets dat net als de geur de materie ontstijgt. Maar dat nog eindeloos veel sterker is omdat het voor zijn bestaan de materie niet meer nodig heeft. Een krachtig bewustzijn dat ik deel met velen. Ik zie ze voor me. En het zijn er steeds meer.

Nu vraag ik me toch even af of bewustzijn geen materie nodig heeft. Maar ik begrijp nog wel wat ik bedoelde. En jij ook.
Laatst geupdate op ( vrijdag 16 januari 2009 )
 
<< Begin < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Resultaten 26 - 30 van 120