Meerssen, 13 december 2008
zaterdag 13 december 2008
Beste Bril,

Vandaag, zaterdag 13 december, weer een van je stukjes gelezen waar ik een goed gevoel van krijg. Er staat Rotdag boven. Paradox. Het doet me ook goed in een ander stukje van je, in Magazine van De Volkskrant te lezen dat het beetje bij beetje beter met je gaat. In dat laatste stukje figureren je dochters met weinig respect voor deuren. Je bent er niet écht bij geweest dat ze die gewoonte ontwikkelden. Altijd werken. Papa druk. Dochters waren er om over te schrijven.

Ik vind je wel een toffe gozer, denk ik. Altijd gepassioneerd met jezelf, je hobby’s en je merkwaardige observaties bezig geweest. Lekker bot op zijn tijd maar wel altijd met de antennes op sensitief. Noodzakelijk voor het schrijven, voor het werk. Maar ging het in het verleden vaak over gevoeligheden waar je anderen op betrapte en hield het daarna op, nu komt langzaam de gevoelige Bril zelf in beeld. Ik kan dat wel waarderen. Misschien dat ik die Bril overigens nu pas zie, nu ik weet dat hij – al voor de tweede keer – hevig kwetsbaar is.

Bril, ik hoop dat jij en je haar spoedig weer lekker helemaal terug zijn. Maar ook dat je doorgaat met huilen. Maar dan misschien wel iets zachter dan om die rare crisis en om ontslagen bij Vos Logistics – overigens ook met opleggers in groen, speciaal voor tanktransport en onder andere rijdend voor cementindustrie ENCI te Maastricht – of Willi Betz of Norbert Dentressangle, mijn favoriet qua kleur en materieel, minder qua logo, en van ontroering.

Vanochtend zag ik in Meerssen, waar ik woon, een modieus gemutste vader in een kekke lange zwarte jas lopen met zijn zoontje aan de hand. Ook aardig in de kleertjes. Het joch van pakweg drie had een brilletje op en zijn rechteroog was afgeplakt. Lui zeker, het linker oog. Ik zag mezelf weer lopen met mijn jongste zoon, nu 29. Drie jaar en met net zo’n afgeplakt oog. Ben je drie en dan begint de kloterij al. Al is dit type kloterij nog te overzien.

Ik heb even nadrukkelijk naar het joch gekeken, naar die vader gelachen en die lachte terug. Hij zal zich wel hebben afgevraagd waarom we naar elkaar lachten. Maar om dat nou midden op de Beekstraat te bespreken, dat ging me wat ver. Want ondanks de herkenning blijft zo’n vader toch allereerst een wildvreemde. Ik denk trouwens dat hij het wel begreep.

Wat ik wil vragen is vooral door te gaan met achter die kwetsbare, lieve koude, rode handjes ook de dromen, fantasieën en plannen te zien. En daar dan even stiekem een traan om te laten of zelfs even zachtjes om te huilen. Ik zal je er met nog meer plezier om lezen. Je begrijpt, ik zeg dat niet enkel om jou een lolletje te doen.

Met vriendelijke groet,

Paul Jansen

Deze brief is verzonden naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken , na publicatie op www.paulsplaats.eu
Laatst geupdate op ( donderdag 29 januari 2009 )